Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 76

2 minuten leestijd

72 die glinsteren z allen op de vast,

bergen

zijns G-ods?

diep, oprecht, kinderlijk geloof,

om

Wie

heeft

nog

geloof,

uit de duisternis niet uit te

zoolang de morgenster van Grods Woord niet in zijn hart opgaat? Ja, wat, wat ziet ge ook onder Grods volk veelszins anders dan een rondloopen met vuursteenen, en een met pek bedruipen van

willen,

de toortsen die men met eigen hand gewrongen heeft? Zoo schynt het dan dat alle duisternis weg is. En dan slaat men aan het jubelen, in stee van klagen, en er is geen oog meer voor Grods toorn, en geen oor voor de stemme van Gods barmhartigheid, en schijnt het eind van alle leed gevonden te zijn! Maar, ach, wat baart de uitkomst anders dan altijd nieuwe teleurstelling? En oversluipen uit de eene woeling in de andere. Altijd onrust. Nooit meer kalmte. De heilige vrede ongrijpbaar geworden. En zoo blyft er altijd een ledig, en altijd iets onvoldaans, en waar men meent nog iets te zijn, wordt men verteerd door het vuur dat men ontstoken heeft. Altijd verteerd. En dan moet er altijd iets nieuws zijn. Altijd weer een andere prikkel. En zoo raakt men allengs van het spoor van Gods Heilige Schrift geheel en ganschelijk af, en heeft niets meer dan zijn eigen fantasieën en vonden en inbeeldingen. Altegader vlammen die dansen om ons heen en vonken die ons om het hoofd vliegen. En dan willen we die vonken dooven en uitdoen en die vlam blusschen en van ons drijven. Maar neen, het baat niet! Elke beweging zet veeleer het vuur nóg aan De vonken wegblazend, doet ge ze te heller opvonken Wilt ge ze ontloopen, dan zuigen ze u na als een stroom! Want, luister, dat is het oordeel van den Heilige Israels over alle eigen wijsheid: „Wandelen zult ge, ^Itijd wandelen in de vlamme van uw vuur," tot ge mocht 's Heeren volk er ook nu weer toe komen, tot ge dat eigen licht u zelf tot een gruwel laat worden, en weer wachten leert op het licht van uw God. !

.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's