Honig uit den rotssteen - pagina 230
226 Zeer bg zonder van den mensch. het allerbyzonderst van zyn Christenen. die heerlijktieid Gods op aarde zit niet in een scliyn of een uitwendigen dienst; maar daarin dat er by -zyn Christenen iets aan hun ziel voor den dag kome, waarvan ieder tast en ziet: „dat komt nu eens niet uit dien mensch zelf; dat is een werk van hooger; daar spreekt kracht Gi-ods in!" Vrucht moet er zyn. Een vrucht die schoon; een vrucht die Z^'e^^/A; is; een vrucht die de zielen aantrekt; zulk een, waar duidelijk leesbaar Gods eigen handmerk op staat. Dat de vruchten der zonde aan u minderen, is niet genoeg. Zeker moet ook dat. Want iemand, die leeft in de overtuiging „ik ben Grods kind," en aan de rank van wiens ziel het dag in dag uit het oude waterlot blijft, die mensch loopt zeer gevaarlijk en mag zich de kenmerken van het kindschap nog wel eens aanleggen. Een tydelyke terugval in zonde is by den verloste denkbaar. Een aldoor leven
En En
in de oude zonde niet.
Maar ook al wierd dan zooveel gewonnen, dat ge dankbaar zeggen kondt: „Grod lof, die of die zonde is geminderd!" weet dan wel, dat dit nog niets afdoet. Dat kan nog zeer goed eigen werk in u zijn. En een teeken van het echte werk Grods in het verminderen van uw zonde, vertoont zich dan pas in a, indien te gelyker tijd al „de werken des vleesches" in kracht afnemen. Stuk voor stuk uw zonden te willen wegkrygen, is de raad van den Verleider. De fontein zelve, waaruit alle zonden opborrelen, af, te leiden, is het heilig doen uws Gods. Merk op dit verschil, mijn broeder! Daar hangt uw kracht; uw gelukken; daar hangt de vrede uwer ziel aan.
Maar zelf,
u
kwam het dan bij u. Gy in u zelf, op u nog de oude schandelyke goddelooze zondaar,
zoover
nu,
stel
voor
zelf,
onder de zonde verkocht.
vleeschelijk
Maar
in Christus rein, heilig,
Door het geloof. Door niets dan geloof. En nu de strijdige bevindijig, van al meer zonden in u te vinden, en toch feitelyk te ervaren dat de kracht van alle zonden gely keiijk in u afneemt, o, zalig.
Wel
u, indien
Evenwel,
uw
zou
ziel
er zóó onder verkeert!
God de Heere nu daardoor
reeds tot zijn eere
van
u komen? Als het aanstootelijke voor Gods heilig oog in u getemperd wordt, dat reeds eere voor Hem? Stel eens, alle zondevrucht hield ganschelijk in u op; in alle menschen op; wat was er dan voor God in zyn hof?
is
Immers
niets.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's