Honig uit den rotssteen - pagina 144
140
LXII.
boor mijn ïJ^oort öccft*
l^ic
Maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor mijn
Woord
Jesaia 66
beeft.
:
2,
Beven moet ik voor Gods Woord! De Heere zelf zegt het, want de Heilige Geest getuigt bij Jesaia: „Op dezen zal Ik zien, die voor mün Woord beeft." Staat bet nu vast, dat de uitdrukking: „Op „Tot dezen zal Ik dezen zal Ik zien," niets minder beteekent dan mijn genade wenden," zoodat dus de Heere zegt, zijn genade te onthouden en af te keeren van een iegelijk die dat, „beven voor zijn Woord" niet kent, dan weet hiermee een iegelijk, die naar heil dorst en het heilgeheim zoekt en verkeeren wil in de eeuwige tabernakelen, dat dat „beven voor het Woord van onzen God" ook in :
hem moet worden gevonden.
Wat
beteekent dit
Het
ziet
nu? „Te beven voor Gods Woord?"
niet op de buitengewone aangryping, die de de last des Heeren voor zijn oor en in zyn ziel geopenbaard werd. Dit kan niet. Want er staat: „Op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor mijn Woord beeft;" iets wat kennelijk, niet op eenig speciaal ambt, maar op alle kinderen Gods slaat. Het wil óók niet zeggen, dat we bij het hooren van Gods Woord met schrik en angst moeten vervuld worden, om van voor 's Heeren aangezicht weg te vlieden. Want het eerste woord dat de engelen over hun lippen laten komen, is altijd: „Vreest nietr en het Woord Gods komt immers om te zaligen en te troosten. En het duidt nog minder aan, dat we in Gods Woord altijd het oordeel moeten hooren weerklinken. Want kern en pit in Gods Woord is het Evangelie. Niet slechts sedert Bethlehems kribbe Maria's
profeet
natuurlijk
ervoer,
als
kindeke droeg, maar reeds van het Paradijs af. Neen, dat ge „beven zult voor Gods Woord," beteekent
iets
heel
anders.
Beteekent vooreerst, dat ge van dat Woord af zult bliijven met hoogwijze opmerkingen en bedenkingen en in allen ootmoed aan God den eerbied zult bewijzen, dien elk vader van zijn kind vraagt. Dat ge alzoo bedenken zult, dat die God, die in dit Woord u toespreekt, de eenige Sprinkader is van alle wijsheid en kennis en wetenschap bij wien de uitgangen des levens zijn en des veelvuldigen verstands; die alle eeuwen met zijn blik omspant; peilt alle oorzakelijke diepte der dingen; en wiens gedachten even hoog boven uw
uw
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's