Honig uit den rotssteen - pagina 231
227
Nog geen
enkele bloemknop,
nog geen enkele bloesem, nog geen
enkele vrucht.
En juist eerst als het aan die vrucht toekomt, is de glans neergedaald en gaat het schitteren voor Grods eer. Let wel, niet van de vruch^e/i des Geestes, spreek ik, maar van de vrucht des Greestes; want zooals het met het afnemen der zonde evenzoo staat het ook met de uitbotting aan den heiligen stam. is, Alle zonden nemen, als de Geest werkt, gelijkelijk af. Maar ook alle deugden komen, als de Geest werkt, gelijk op. Er Er
zijn niet vrxiohten des Geestes. is
maar
èn in Efeze
En
ééne vrucht. Zie het slechts na èn in Galaten 5
:
22
5:9.
die ééne vrucht zit alles in: én liefde; én blijdschap; én én lankmoedigheid én goedertierenheid én goedheid én geloof; én zachtmoedigheid; én matigheid. Niet in de menschelijke nabootsing. Dan komen ook die deugden stuk voor stuk voor. Maar als het 's Geestes drijven, als het Gods werk is, dan is die vrucht één.
vrede
in
;
;
;
;
van die vrucht veel? Helaas, het schijnen geestelijk zeer tegenspoedige tijden te zyn, die, door de eigen schuld van 's Heeren volk, dat volk zoo armelijk aan vrucht laten. Haast zou ik zeggen: Kwame er maar weer eens een bittere o, vervolging! Snede de Heere ons door dolk en zwaard maar weer van de wereldgelijkvormigheid af. Schroeide en zengde Hij door het vuur van den brandstapel ons de farizeesche wol maar weer van Ziet ge
de
ziel af.
Want by
God, zoo diep schijnt dan toch maar de verwoesting van de zonde te wezen, dat zelfs bij de stilst en rykst geloovigen 's Heeren zaligmakend Evangelie niet tot een tiende komt van zijn vroegere onder het kruis, betoonde kracht. Gij zult niet een anderen God hebben; gij zult niet stelen; gy zult niet echtbreken dat verstaat men ja. Maar dat dit verbod alleen kracht heeft, omdat er achter ligt en er onder ligt het roepen van Gods eigen Wezen, dat gij last zoudt hebben aan God alleen; lust zoudt hebben aan geven en barmhartig zijn; lust zoudt hebben aan toewijding en dienen en u zelf verloochenen, en nederig zijn. Niet als een dwang, maar zoo blij als een kind is, dat uit mag naar den hof, om bloemen te plukken en ze zich als een krans door het haar te vlechten. Zie, dat ziet meer dan één voorbij. En God, die wist, dat we dit voorbij zouden zien, heeft daarom in zijn Woord het ons met een diamanten griffie ingeschreven dat we de vrucht des Geestes hebben moeien. ;
.
.
.
.
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's