Honig uit den rotssteen - pagina 64
60
XXYIII.
Heeft
God de
dwaas gemaakt?
wijsheid
dezer wereld niet 1 Cor. 1 20. :
Het denkbeeld van „vervolgd te worden;" van „om Christus' wil eens op het schavot te komen;" van „de striemen van het
nog
geeselkoord" in ons vleesch te voelen dringen; ja, zelfs de gedachte van „ons lichaam over te geven om verbrand te worden," o, dat alles kan bekoren, dat alles nog in geestdrift ontvonken! Maar.... ootmoediglijk te erkennen „dat men een dwaas is!" neen, broeders, laat ons er maar voor uitkomen, daar wil het hart niet aan!
Smaad heeft men lief. Bij laster kan men stille zijn. Aan schimp men vaak een behagen Maar .... om er in te roemen dat we dwazen zijn en niet met al weten, dat is te hard!
heeft
!
Och, in ons weten, in ons wijs zijn, ligt voor ons ongebroken hart zoo „het zeere puntje." Met als Grod te willen zijn, ,^Jiebbende kennis^^ van goed en kwaad, is de zonde haar heilloozen loop begonnen, en daarom blijft dat onheilige van den verstandelij ken hoogmoed haar bij het einde toe. De hoovaardij der gevallen engelen bootste in zijn menschelijken afval ook de zondaar na. En zoo is het nog. Nog zelfs onder Christenen! Tegen alles kunnen uw kinderen, die, vromelijk opgevoed, uit o. uw huis komen, in de wereld nog tegen, maar laat men ze niet vragen „of ze nu nog zoo bekrotnpen zijn om dat alles zoo maar aan te nemen !" „of ze dat nu zelf toch niet beter weten ;" „of dat aan te nemen voor een ontwikkeld en verstandig mensch nu toch aangaat?" want dan, de ervaring leert het telkens weer, dan trof de pijl schier altijd op de eenig wondbare plek en voer de geest der verloochening van Christus hun in de ziel. Hij weet wel in wat strik ze 't beste te vangen zijn! Altijd in den strik van iets te zijn, van iets te hebben^ 't zij dan bezit van geld of bezit van kennis! Want ook van die kennis geldt het zoo ten volle: „dat eer een kemel door het oog der naald gaat dan één die rijk in kermis is^ in het Koninkrijk der hemelen!" Denk maar eens aan onze hoogleeraren, aan onze doctoren en rechtsgeleerden, en de leeraren op onze middelbare scholen, en onze schrijvers en onze officieren en onze lieden van dusgenaamde hoogere beschaving! Och, koud van hart en dor van ziel, zwerven ze, op enkele heerlijke uitzonderingen na, om, ver afdolende van de springader des eeuwigen levens. En dat waarom, ja, waarom anders, dan wijl ze denken wijs
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's