Honig uit den rotssteen - pagina 248
244 onuitdelgbaren levensmoed en schier onbedwingbare veerkracht bezit. evenmin, dat het een orgaan heeft om lief te hebben. Dat alles nog slechts instrument en middel. Maar het eigenlijk doel, de is eigenlyke bestaansreden, het hoog koninklijke van een menschelijk hart ligt daarin, dat God de Heilige Geest er in kan dalen, er in wonen wil en er uit spreekt. Als de Heilige Geest spreekt en bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen, dan doet Hij dat in het hart eens menschen. Dat is zijn tempel. Dat de woonstede, die zich God verkoren heeft. Dat de plaats zijner ruste. En eerst, wanneer aller menschen harten voor zich en de harten aller menschen saam, onbelemmerd dien Heiligen Geest in zich toelieten, en door dien Heiligen Geest ongestoord zich lieten bezielen, zou de schittering volkomen zijn van de eere Gods in zijn tempel. Dat er in Zion een steenen huis moest komen, was enkel, omdat
En
Gods
in menschenharten onbewoonbaar was geworden. den Messias zich een zoo koninklijk menschenhart schiep, was alleen, omdat het hart des menschen zijn koninklijk bestaan verdorven had. Als Jezus dus in den steenen tempel op Zion ingaat, er een geesel van touwkens saambindt, er de boosheden uitdryft, de booze stukken er in onderstboven werpt en toornend uitroept: „Er staat geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden en gy hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt", dan volvoert Jezus die daad van heilig ijveren eigenlijk aan ons; dan is het tot ons hart, dat hij het snerpend verwijt richt in ons hart, dat hij toornend met den geesel striemt, en uit o/?s hart, dat hij boosheden wil uitdry ven. Let er scherp op Zions tempel is niets dan de spiegel in het groot van wat uw hart in uw eigen boezem is en van wat er in uw eigen hart omgaat. Jezus houdt u een schildering ter zelfontdekking en ter heilige die
tempel
En
dat
God
in
;
!
leering voor. bij u één huis des gebeds zijn, en zie, wat er onder zondig doen van dat huis des gebeds geworden is des gebeds" wil zeggen, dat in uw hart uw ih steeds in kleine gevoelens van de doodelyke schuld en volslagen nietigheid op de knieën moet liggen, om maar te bidden onhoorbaar, aldoor te bidden tot Hem, die allerheiligheden Bron en aller goeden Fontein en heerlijkheden Sprinkader is, en uit wien zegen na zegen, als elkaar jagende golven, afvloeien, naar wie waarachtiglijk bidt. En wat is daarvan nog overig? Wat vindt ge nog daarvan? Ik zeg niet, zooals ge u op uw best voordoet. Maar zooals ge in het eenzaam, onbespied, den weg uwer wegen gaande, daarbinnen door uzelven bevonden wordt. o, Doorzoek dat hart in uw boezem eens!
Het moet ook
en door „Huis
uw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's