Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 169

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 169

3 minuten leestijd

165 zelf,

die

den doop in Jezus' bloed

van de redding van Noach en 3

:

letterlijk

„het tegenbeeld" noemt den vloed (1 Petr.

zijn acht zielen uit

20, 21).

En hoe is hier nu Jezus een tegenbeeld van hetgeen toen Wel immers op deze volkomen doorzichtige manier

gebeurd

is

?

Door het Messias-ambt op zich te nemen, door Menschenzoon te worden, wierd Jezus niet maar mensch, maar Hoofd der nieuwe menschheid en besloot hij dus al wat uit die menschheid tot het kindschap Grods zou komen van meet af in zijn hoogepriesterlijk hart. Hij nam ons in een eeuwige liefdedaad in zich op, nadien de Vader ons aan hem gaf. Van dat oogenblik af wonen we dus in hem. In zyn hart. In zijn hoogepriesterlyken persoon.

En we waren in hem, niet rein, niet heilig, maar met al onze zonden, die hij deswege als het Lam Grods droeg. Zoo stond hij daar dan, met in zich al Gods kinderen besloten, zoowel die er vroeger geweest waren, als die toen leefden, als die er nu zijn, of hierna nog komen zullen. Dat gansche geslacht der uitverkorenen lag besloten in den Zoon des menschen. Deswege zonk dan de Christus ook onder den stroom van ongerechtigheid weg, die door de zonden van deze kinderen Gods over zijn hart vloeide, overmits op die zonden drukte „de zware last van den toorn Grods.'' Zoo ging hij in den dood, zoo daalde hij neder ter helle, zoo werd hij begraven onder den vloek. Maar toen natuurlijk, niet hij alleen, maar wij met hem. Want we waren in hem. Waarheen hij wegzonk, zonken ook wij dus weg. We zijn begraven met hem in zijnen dood. Toen hij dood was, waren ook wij dus dood. lel, lagen wij in dat graf in zijn hart besloten. dus met hem lotgemeen! Maar toen hij dan nu ook opstond, toen hij de boeien verbrak, toen hij over graf en hel triumfeerde, toen mijn broeder, mijne zuster, de Messias ons niet eerst uit zijn hart weg, om ons in het graf lei te laten liggen en nu voorts alleen te triomfeeren. Neen, maar toen nam hij ons, in zijn opstaan, meê op uit den dood, en toen hij uit dien dood in het leven overtrad, traden wij met hem over den drempel der verderving en werden mede opgewekt met hem. En toen hij veertig dagen later opvoer naar den hemel, toen liet hij ons niet op aarde, maar hield hij ons besloten in zijn hart en nam hij ons met zich naar boven, zoodat we nu met hem gezet zijn in den Jiemel^ en terwijl zijn hart voor ons hidt^ zei ven in dat hart rusten

Toen

In hem,

hij

in het graf

mogen. Verstaat gij het nu? Is het nu u helderder?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 169

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's