Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 119

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 119

2 minuten leestijd

115 is voor den „Bewerker" dus al de glorie, maar die Bewerker wilde dan toch ook „zijn werk" gebruiken, u kastijdend met de tweesnijdende woorden van boete en vermaan.

en

Lil.

Wij ftDoten on^

djj

ten miötiag*

Wij tasten naar den wand gelijk de blinden en, gelijk die geen oogen hebben, tasten wij wij stoeten ons op den middag. 16. Jes. 59 :

Die verder,

in

weg

den

deze

maar

ze

kwijt.

hun Grod nog zoeken, willen wel vooruit en kunnen niet. Want ze raken telkens de richting op Ze gaan recht door als de weg zich buigt en slaan

landen

als de weg doorloopt. Ze mijden een paal die er niet en loopen zich een buil tegen een boom die den weg juist aanwees. Zij gaan uit den weg voor iemand die niet aankomt en stooten aan tot zelfs tegen den broeder die naast hen loopt. En zoo weten ze niet werwaarts zich te wenden, en beproeven ze het altijd weer anders, en stooten ze zich en keeren ze zich zoolang om, tot het gevoel van den weg zelfs verloren hebben en moedeloos nu zij maar leunen gaan tegen den wand. Een toestand, juist zooals de fieere dien aan Jesaia teekende, van een volk „dat kirt gelijk een duive en wacht naar heil, maar het is er niet, en dies als een blinde naar den wand tast, en zich stoot, niet in den donkeren nacht, maar op den klaren middag, bij het volle heldere daglicht. Want houdt dit wel vast: de hand des Heeren is niet verkort en zijn licht is niet schuil gegaan. Als wij maar oogen hadden, om in zijn licht te wandelen, zou Grods volk jubelend zijn pad voleinden met vroolyk gezang. Ze zouden loopen en niet wankelen voorwaarts schrijden en niet aanstooten verder komen zonder af te wijken, en de vrucht van den arbeid der zielen zou lof en eergevinge zijn voor onzen Middelaar en Borg, onzen Koning en ons Yerbondshoofd. Het Woord is er ook nu en ook nu werkt de Geest en waar Woord en Geest stralen daar glanst het volle licht het licht, dan 't welk we geen heerlijker licht op aarde ooit ontvangen zullen dat licht waar we volkomen genoeg aan hebben waarbij we eiken weg vinden, eiken hinderpaal ontdekken kunnen, en geen vyand op ons loeren kan, dat we hem niet zien.

zijwaarts

af

staat,

;

;

^

;

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 119

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's