Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 186

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 186

2 minuten leestijd

182

nu? omdat God hem

Verstaat gy het

Welgelukzalig

van

om

wil

zijn

zijn

slaat

ziel

hem houdt en hem met die banden

heeft en

en

de banden vastsnoert en in dien Zoon, die God

aan den Christus, den Zoon zijner liefde, aan zichzelf. terwijl nu al die andere stelsels en En wonder, niet waar? plannen en uitdenkingen om den mensch gelukkig te maken reeds lang opgegeven, belachen en vergeten zijn, en de schare zich met opgekropte bitterheid van die valsche belovers heeft afgewend, komt dat gelukzaligheidsstelsel van den Psalmbundel nu al drie duizend jaren lang nog altyd uit, en zijn er in elk land en bij elk volk nog is,

levende zielen, waarvan de Heilige Geest zegt: „Zie, daar is nu zulk een welgelukzalige man !" en is er, als ge heel de wereld saamneemt nog een gansche schare, die roemen mag: „Ja, ook mij gewierd die heerlijke genade!" En ge kunt het telkens hooren, dan zingen die gejaagde en gedreven menschen nog, soms zelfs als ze in den ondersten kuil liggen, en de leeuwen om hen heen ze aanbrullen, dan zingen ze nog door hun angsten, dan juichen ze nog door hun „Mij aangaande, het is mij goed smarten en verzuchtingen heen ;

:

God

nabij

Zóó

uwe

te

wezen!"

„welgelukzalig,"

broeder, mijne zuster, past dat ook op

mijn

ziel?

LXXVIII. l^t .sonöe mijner jonftöciö. Gedenk

niet der

zonden mijner jonkheid. Ps. 25

Dat

:

7.

heerlijk psalmvers: Sla de zonden

nimmer

ga,

Die mijn jonkheid heeft bedreven. Denk aan mij toch in gena Om uw goedheid eer te geven

onze jonkheid geleerd; maar onze jonkheid ooit aan gedacht, of ook maar van verre vermoed, hoe dat psalmvers ons nog op den ouden dag de consciëntie zou wakker schudden, om heel onze ziel te werpen enkel op de genade Gods? Met „de zonden onzer jonkheid" zit een iegelijke ziel onder Gods volk benauwd en bezwaard. Want die zonden zyn er eenmaal. Ze

ja,

dat hebben

hebben

we

er

we

in

allen, als kinderen, in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's