Honig uit den rotssteen - pagina 174
170 Slechts zij men er op bedacht, dat de Heilige Geest in Eom. 5 gansch iets anders openbaren wil dan in 1 Cor. 15. In Romeinen 5 wordt de volkomen sluitende vergelijking opgemaakt tusschen bet verbondsboofd Adam en bet verbondsboofd Christus, en valt dus de nadruk er op, dat we bij Grod meer dan onze eigene particuliere zondenrekening hebben, overmits ons ook wordt toegerekend de schuld van Adam. Daar moest er dus bij staan, dat er niet zooveel zondeoarsprongen zijn als er menschen worden gevonden, maar dat aller schuld één gemeenschappelijken oorsprong heeft in den éénen mensch Adam. In 1 Cor. 15 daarentegen wil de Heilige Greest ons openbaren, dat de dood zijn zetel niet had in de natuur^ maar in de natuur is ingedragen door den mensch. En dat even uit dien hoofde een opstanding in heerlijkheid niet bewerkt kan worden door de krachten der natuur^ maar alleen te bewerken is door terug te gaan naar dien zelfden weg, waarlangs de dood gekomen was d. w. z. ook alleen komen kon door een mensch. In ónze manier van spreken overgebracht zouden wij zeggen: de dood is niet een bloot nataurlijke gebeurtenis, maar er zit in den dood ook een geestelijk bestanddeel. Evenzoo kan dus ook de opstanding niet alleen een natuurlijk iets wezen, maar moet ze tevens een geestelijke kracht in zich dragen. En overmits nu dat geestelijke bestanddeel niet in de natuur, maar onder de schepselen op deze aarde alleen in den mensch huist' zoo kan beide én dood én opstanding niet dan in en door een mensch als instrument, door Grods toorn de één en door Grods genade de andere, gewrocht worden. Maar toch zou men zich grootelij ks vergissen, indien men daarom meende dat Som. 5 12 met 1 Cor. 15 21 streed. Integendeel, óók wat de Heilige Greest in 1 Cor. 15 21 openbaart is, al valt er de nadruk niet op, zeer bepaaldelijk bedoeld en gemeend in den zin, dat én dood én opstanding door één enkelen persoon in deze wereld is gekomen. Er zijn twee tegenstellingen. Immers ik kan vragen Is dood en opstanding uit de ziellooze natuur of door den bezielden mensch? En op die vraag antwoordt 1 Cor. 15. „Niet uit de natuur, maar door den mensch." Maar ik kan ook verder vragen: „Hoe? Zóó, dat ze in eiken komenden mensch opnieuw ontstaan, of wel in dier voege, dat ze van één persoon als hoofd op allen overgaan?" En dan antwoordt niet alleen Rom. 5 21. „Niet 12, maar ook 1 Cor. 15 bij elk persoon nieuw ontstaan, maar in één enkel persoon., als wortelpersoon en verbondshoofd, gewrocht voor allen. Dit toch vloeit voor 1 Cor. 15 22 rechtstreeks voort uit wat er onmiddellijk op volgt: „Want gelijk ze allen in Adam sterven, alzoo zullen ook allen in Christus levend gemaakt worden." Een stellige verklaring, die door het redegevend woordeke want., waarmee ze wordt :
:
:
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's