Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 114

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 114

2 minuten leestijd

110 L.

Zij Inctcn nitt taat

En want

51J

Vader vergeef het hun, weten niet wat zij doen. Luk. 23 34.

Jezus zeide zij

toen*

:

:

Een der diepste, nog veel te weinig begrepen, geheimnissen van het verlossingswerk ligt daarin dat de zonde bedwelmt. Wie eenmaal in de zonde zijn hand steekt, die weet niet meer wat hy

doet.

duivel weet dat wel en staat daarom dan ook buiten alle vergeving, maar niet de mensch die, reeds in zonde ontvangen en geboren, aldoor onder dien bedwelmenden invloed heeft geleefd. Wel kan er in die bedwelming een keerpunt komen, waarop Grod almachtig hem zóó hard aanstoot, dat hij óf zwichten óf zyn hart verharden moet, om, waagt hij het dan nog op een verharden, evenals

De

Farao in het oordeel der verstokking

Maar

dat

is

te vallen.

niet de regel.

Grewoonlijk blijft de zonde haar bedwelmende kracht jaar in jaar op ons oefenen. Niet als wisten we, bij het kwaad doen, niet dat we zondigden, maar wel zóó, dat we in de verste verte ons geen voorstelling maken van de verre strekking die ons misdrijf had. Zoo met die Joden, die Jezus aan het kruis sarden! o. Ze wisten wel dat sarren altijd slecht en vooral het sarren van stervenden altijd boos is, maar ze wisten volstrekt niet dat de lijder dien ze uit

sarden de Zoon van Grod was. Petrus zegt het immers zelf: „En nu, broeders, ik weet, dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, gelijk als uwe oversten;" en Paulus herhaalt het in zijn brief aan de Corinthiërs: „Want indien ze hem gekend hadden, ze zouden den Heer der heerlykheid niet gekruist hebben." Of liever (want wat hebben we, als Jezus spreekt, nog getuigenis van noode) Jezus zelf bad immers: „Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen." Het is dus metterdaad iets aan de zonde eigens, dat ze maakt dat een zondaar bijna nooit weet wat hij doet; en juist nu in dat niet weten wat hij doet, ligt een aanhechtingspunt, we zeggen niet een grond noch ook de oorzaak, maar dan toch een aanhechtingspunt voor de genade. Iets, wat juister misschen nog in dezer voege ware uit te drukken: dat niet weten van wat hij doet, maakt dat er in den mensch een mogelijkheid overblijft, om voor schuldvergiffenis vatbaar te

worden gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's