Honig uit den rotssteen - pagina 222
218 is de belijdenis van de gemeente van Jezus Christus me^. van haar leven is integendeel; is juist omgekeerd; wat het lied Hamaaloth reeds in de dagen vanouds zong: „Bg U is vergeving, juist opdat Gij gevreesd wordt „Grevreesd" niet met een vreeze, die voor Grod doet wegvluchten. Maar met een heilige ontroering en een diep ontzag, dat als Grod nadert in zijn heilige Majesteit, ons eerbiedig stil doet staan op den weg; en onze onheilige gedachten doet uitschudden; en ons het hoofd doet ontblooten, en het oor openen, en luisteren naar wat de lïeere
Maar
De
alzoo
toon
T
spreekt.
En dan heet het: „Mijn kind, doe die zonde niet!" En als het kind dat spreken van zyn Vader hoort, dan zou het in zijne boosheid toch nog wel neigen om het te doen, maar dan kan het niet. Want die stemme Grods is als een levensrad dat in zijne ziel om wentelt en hem tegenhoudt. Het is die Grod, die mij al myn zonden vergeven heeft. Die Grod die er het bloed zijns lieven Zoons om vloeien liet. En die Grod roept maar aldoor; daar van binnen in myn hart: „Mijn kind, doe die zonde niet!" En dan vreest deze ongetrooste en gejaagde ziel, en dan wil en dan durft ze tegen die stemme Gods niet ingaan. Want Hij die daar roept met zijn zieldoordringende stem, is die Grod die al zijn
En
zoo
boorte
;
zonden vergeven blijft
en
het
heeft.
kwaad ongedaan; en
stikt de
Satan trekt zich met een grijns terug
;
zonde in haar geen Grod krygt er
lof van.
Zoo komt er vreeze Gods door vergiffenisse. En de gemeente aller eeuwen herhaalt: Ja, Amen, geving, opdat Gij gevreesd wordt!
bij
U
is
ver-
En nu, met welk choor zingt uw ziel meê? Als ook uw ziel belijden durft: „Ik geloof de vergeving der zonden!" Zingt ze dat dan luchthartig, gevoelloos, als in den toon der gedachteloozen ? „Vergeving... dus met de zonde minder nauw!" Of wel, wierd het ook bij u een macht Gods in uwen boezem, dat ge voeldet: „Ik kan de zonde niet meer doen, want God vergeeft!" Lezer, raadpleeg, om die vraag te beantwoorden, eens niet uw besef, of uw gevoel, of uw verstandelijk belijden, maar ondervraag de practijk uwer ziel. geloof dat God
Uw
nauwer van o.
de
zonden
vergeeft,
heeft
dat u ruimer of
consciëntie gemaakt'?
Schriklijk niet waar, als ge belijden moest: ruimer.
toch, beter nog nu opgeschrikt, dan dat ge met een duivelengeloof in de ziel de eeuwigheid ingingt, om dan te sidderen. Want immers, die zonde; ook die zonde van uw misleid en on-
Maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's