Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 120

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 120

3 minuten leestijd

116 Maar, en dit is ons volk vergeten, dat licht schijnt alleen in de woningen van de kinderen Israëls in het goede land van Grosen, en in de woningen der Egyptenaren is het donker en de duisterheid der duisternissen zelve; wat, uit zijn beeldspraak overgezet zijnde, zeggen dat het licht van het Woord en den Greest des Pleeren alleen dan door ons zielsoog kan opgevangen, als we niet hunkerend op de

wil,

paden der wereld afdolen, maar zeer beslistelijk in eigen hart en huis en hoofd en levensweg de scheiding aanvaarden, die tusschen Grods volk en de lieden der wereld ligt en geen gemeenschap hebben met hun gedichtsel of hun werken. Dat voelden onze vaderen en daarom zijn ze stugge Puriteinen geworden. D. w. z. lieden die den moed haddeii om te breken met de ongoddelijke wereld, wijl die wereld, gelijk de Heere het zoo ontzaglyk waar uitdrukt, „basiliskuseieren uitbroedt en weeft aan spinnewebben." Zij, onze vaderen, dorsten het aan om der wereld niet gelijkvormig te wezen. En daarom dachten ze anders, en zongen ze anders, en leefden ze anders, en aten ze andeis, en kleedden ze zich anders, en voedden ze anders hun kinderen op. Ze lieten zich de wet niet door de wereld stellen, maar bogen eerbiediglijk het hoofd voor de wet van hun Grod. Als de wereld riep: „Ga met mij!" dan was hun vrye, stoere, kloeke taal: „We gaan niet F'' En dan gingen ze ook niet, maar bleven op hun eigen pad, en zoo kwamen ze er. En naar dien levensregel, naar dat punt moet het ook nu weer heen, broeders! Niet om een Mennoniete „mijdinge" in te voeren en den „fijne" te spelen, en loon bij God te zoeken voor een eigengerechtig werk van welbehaaglijke zelfkastijding. dat leidt daar rust de vloek op Dat is in den dood gewerkt ;

;

tot niets.

moeten we, zoo dikwijls de eisch van het Woord onzes Gods in botsing geraakt, voor dat Woord onzes Gods onverbiddelijk en onwrikbaar pal staan; er ons krampachtig aan vastklemmen; en tegen alle potentaten en alle vrienden en alle magen en alle zeggen en praten van menschen in, doodeenvoudig met Gods Woord doorgaan en nooit dat Woord in de plooien van ons wereldsch kleed Neen, maar

eisch

in

de

wereld

blijvende,

van het woord der wereld met den

wegstoppen. Zoo gaat het nu telkens toe. Toe bij de opvoeding der kinderen. Toe by den omgang met magen en geburen. Toe bij de keuze van genot en vermaak. Toe by kleeding en levenstrant. Toe in gesprekken die men aanbindt en bij de lectuur die men opslaat. En daar toornt de Heere over. En in zijn toorn laat Hij dan al die wereldsche dampen als nevelen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 120

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's