Honig uit den rotssteen - pagina 152
148
En
we dan alles door onze zelfzuchtige hoogheid bedorven dan heet het: „dat we miskend en niet gewaardeerd zijn!" o, Schande over onze zielen Want weet het wel, zoo bluscht ge een kandelaar uit die voor Jezus' glorie moest lichten. En wat u toch ook wel op de ziel mocht wegen, zoo bederft ge uw kind in plaats van het op te voeden zoo breekt ge uw gemeente af, in stee van haar te bouwen; zoo verontreinigt ge den dampkring en uw aangezicht vervalt, .... en ge dien ge zuiveren moest ziet nederwaarts, en alles wordt u donker in het oog; in de ziel; in als
hebben,
;
;
de diepte o.
Heft
.
.
.
.
uws levens!
uw
oogen
der kudde! de ure des oogstes!
leidslieden
toch op en aanschouwt, ouders, herders, Ziet toch, de velden zijn wit! Het is reeds
dan
LXV.
^ï
Ijet
oarbecï öen
%mu
gegebcn.
De Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zone gegeven. En heeft hem ook macht gegeven om gericht te houden, omdat hij des menschen Joh. 5 22, 27. Zone is. :
De eere Grods hangt er aan, dat alle creatuur, gezaligd of rampzalig, eeuwiglijk erkenne en erkennen moete : „Grod is rechtvaardig!" In 't vergezicht, ons in 't boek der Openbaringen geopend, hoort de apostel van Patmos, als een groote stem eener groote schare in den hemel, zeggende: „Hallelujah! de zaligheid, en de heerlijkheid, de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God. Want zijn oordeelen zijn waarachtig en rechtvaardig!" En gelijk daar de gezaligden Grods rechtvaardigheid roemen, bij het zien van de oordeelen die over de goddeloozen gaan, zoo roepen, al de Schrift door, de lieden, die Grod vreezen dat: „Grod is rechtvaardig!" schier nog luider en nog krachtiger uit, zoo dikwyls Gods kastyding henzelf terneer werpt en ze naar lijf en ziele in den wijnpersbak worden getreden. „Waterbeken, klaagt de psalmist, vlieten af uit mijne oogen, maar Heere, Gij zijt rechtvaardig, elkeen uwer oordeelen is recht." Als Jeruzalem in puinhoopen nederligt, en „Zion hare handen uitbreidt, maar zie daar is geen trooster," geeft ze nog Gode de eer en roept
en
uit:
„De Heere
geweest."
En
is
als
want ik ben zijnen mond wederspannig Jeruzalem weer wordt gebouwd en als de bressen
rechtvaardig,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's