Honig uit den rotssteen - pagina 12
hart van den Immanuël naar deze geestelgk donkere wereld wist neder te trekken? Nu zoo vele jaren den Man van smarten achterna, en hoever kwaamt ge in de verloochening; in de nederigheid; in den lust aan het kruis, dat u was toebeschikt? Botte de rank aan den wijnstok uit? Was er na de uitbotting bloesem en na de bloesem vrucht? Veel vrucht, als een bezegeling dat ge in den wijnstok waart ^öèZeww? Yrucht van verkoeling tegenover het zinlijke en zichtbare? Los worden van het goud en goed, om een aalmoes beter dan een volle beurs te schatten? Maar vrucht ook in dien fijneren zin van vruchten des Geestes^ als die heeten: zachtmoedigheid, lankmoedigheid, teederheid voor God en voor menschen? De hoogste vrucht bovenal: van uit
om Hem te minnen, niet van het hart? Och, waartoe meer! Uw consciëntie werd reeds geraakt! Ge sloegt het oog reeds in stille beschaamdheid neder, en in uw „Moest ik daarvoor dan die vele, eenzaamheid klaagt ge bitterlijk die lange jaren woning in zyn tempel maken? Om die nauw noembare vrucht! Om die kleine schrede vooruit! Zoo er al geen verachtering, geen koeler worden na de eerste liefde kwam?" En, uit uw ingebeelde gestalte weer eens uitgeworpen, roept ge, met de handen uw gelaat bedekkend: „o God, wees mij, arme zondaar, mij, u toegevloeide,
Grod
als dienende,
maar
reine, volzalige liefde,
in de aanbidding
:
doode belijder, mij, ellendige Christenmensch, genadig!" o, Waar hadt ge niet kunnen zijn, als het die nu vele jaren eens een aldoor groeien en bloeien in het eeuwige en onzichtbare was geweest? Wat licht en troost, wat zielskracht en geloofsmoed, wat keuiiisse der verborgenheden en wat schat der gebeden, bovenal wat teedere omgang, wat zielsinnige gemeenschap, wat hartverkwikkende liefde
kon
Mijn
niet
lezer,
uw dat
deel is
wezen?
Al
die
jaren!
nu de ontzettende macht der zonde,
T/an
wereld
uw
loop vertraagd; het edelste in u verlamd; het kostelijkste in u ontzield hebben! Hadt ge dat maar ingezien. Dan had u nooit de hoovaardij o, bekropen, die denken deed: „Ik dien Hem nu die vele jaren, met
en
Satan,
die
u
in
zal 't wel goed wezen!" Dan hadt ge nooit van een klimmen een engelenladder gedroomd, maar waart ge de zondaarstrap al dieper afgegaan, om meer genade te ontvangen. Dan hadt ge gewaakt, voor uw God geworsteld en het al van boven ontvangen! Niet u^ maar Hem tot prijs! Maar nu, vind in uw ziel een kracht om ook voor de genade van die leering te danken. Vergeet wat gij die vele jaren verspeeldet. Loof wat Hij u die nu vele jaren geheugde! Wasch u in het bloed des Lams, en grijp naar het verborgen leven! Nu die vele jaren! Hoe vele liggen er nog vóór u!
mij
op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's