Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 121

2 minuten leestijd

117

om

dat we geen hand voor oogen zien kunnen, en dan nog wel vooruit, maar dan kunnen we niet, dan stooten

ons zweven,

willen we we aan.

dan gaat het kwaad al verder, tot „de wereld" van onzen rok ons vleesch en van ons vleesch in onze gedachten en beschouwingen sluipt, en dan hoort men een Christendom belijden, ja. God beter 't, een Christendom nog aanprijzen, dat niets dan een Christelijk borduurwerk is op stramien van wereldsch weefsel. En natuurlijk, dan „struikelt ten leste ook de waarheid op de straten," dan kan wat recht is er niet meer ingaan. Ja, dan zinkt men zoover weg, dat men van het toornen Gods zelfs geen besef meer heeft, en altijd aan een ander denkt, als God de Heere ijveren komt juist tegen onze zonden.

En

in

LUI.

HUic onijercdjtiöÖEtïtn maïten fcgeitinö Zie, de hand des Heeren is niet verkort; maar uwe ongerechtigheden malcen scheiding tusschen ulieden en tusschen uwen God; en uwe zonden verbergen het aangezicht van

ulieden, dat Hij niet hoort.

Jesaia 59

:

1.

Heere, niet tot den Tyriër of Sydoniër, niet tot den en Zonaanbidder niet tot den onbesnedenen Filistijn, maar tot de kinderen van zijn volk; dat Hij had uitverkoren en gedragen op de vleugelen gelijk een adelaar zyn jongen; dat Hij zich gesteld had tot een erfenisse; en rijk gemaakt had door zijn heil. Dat volk liad de waarheid; had op het stuk van waarheid gelijk tegenover een ieder; zoodat, bij zijn belijdenis gezien, de hooge geleerdheid der Grieken zinledig mocht heeten en de wijsheid der

Dat

zegt

de

Molochbrander

;

;

Egyptenaren

ijdel geklap. zoo terdege en wezenlijk was bij hén, en bij hén alleen, de waarheid, dat wat zij toen beleden, sinds de wereld overwonnen heeft, en nog de wereld van krachten en van gedachten vormt, waarin alle instrument ter uitbanning van zonde en leugen besloten ligt. En toch lei datzelfde volk op schrikkelijke wijze in zonde en on-

Ja,

gerechtigheden verstrikt en weigerde in het licht te wandelen. Dies de Heere het dan ook tuchtigde met een ijzeren roede en het sloeg in zijn verbolgenheid. Niet omdat het de waarheid niet had, maar wijl het niet deed wat het beleed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's