Honig uit den rotssteen - pagina 241
237
XCYII. jgaaösaftcïijft tat
tie
ergernissen ftamcn.
Wee
der wereld van de ergernissen! Want noodzakelijk dat de ergernissen komen. Doch wee dien mensch, door wien de ergernis Matth. 18 komt! 7. het
is
:
een vreeslijke strijd voor Gods kinderen, hoe ze toch door tusschen die beide klippen, om aan den éénen kant de wereld niet te verachten en aan den anderen kant niet in die wereld
Het
is
zeilen
zullen
verstrikt te raken,
Heeren volk mag er
niet uit. Het moet in die wereld leven. bederf te weren, is zijn roeping. Een licht in de duisternis. Een stad hoog op een berg. Maar .... en daarin ligt al het benauwende: om bederf te kunnen weren, moet het zout met dat bederf in onmiddellijke aanraking zijn. En dit juist nijpt en beklemt het geloof. Het geloof, dat vol moed den weg oploopt, en denkt: „Ik zal niet versagen!" En zie, pas zijn een tweetal schreden gezet op den weg, of daar ligt een struikelblok, waarop niet was gerekend, en men valt. En een eind verder is een kuil gegraven, die niet vermoed werd, en men valt er in. En weer een eind verder dreigt een zieleroover, dien men niet gemerkt had, en men valt onder zyne harde slagen neer. En zoo raakt de ziel afgemat, al komt ze er meê onder door. En ze verleert het vertrouwen op de geloofskracht. En moedeloos zinkt ze eindelijk in en vraagt zich af: Wat heb ik aan mijn geloof! Het brengt er mij toch niet! o. Indien die strijd maar in het bloed der ziele doorstreden wordt, dan komt men er in het eind toch wel; maar ongemerkt; vooruit terwijl het aldoor is, alsof men achteruit gaat. Grod de varend Heere brengt er ons dan, en Zijns is de glorie! 's
Zout
zijn,
te
.
Maar
.
.
,
onderwijl
nu bij nissen komen. indien
die
gaat het bang met eens menschen
gevaren en tegenheden der
ziel
ziel toe,
vooral
óók nog de erger-
Ergernissen, dat zijn al die woorden, die omstandigheden, die dingen, die er op aangelegd zijn, om een kind van God tot zonde te verleiden; 't zij doordien men aan het kwaad een schoonen, vromen glimp geeft, 't zij doordat men speculeert op de inwonende zonde in
hem.
En van
die ergernissen
is
ons leven vol.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's