Honig uit den rotssteen - pagina 28
24 lijke
scliool tobt
om
rond
te
komen? Hoe dan
de enorme winsten te
drink- en gelagzalen worden overgelegd? Of ook den byna stoorloozen voorspoed, het soms onbegrijpelyk succes te verstaan, waarin zoo menige zaak onder de kinderen der menschen, die niet uit Grod, maar uit den duivel is, zich voor aller oog verlustigt?
verklaren,
die
in
dan, met het oog op deze feiten, niet ieder toe, dat er bij dien voorspoed niettemin van zegen geen sprake mag noch kan zijn? En volgt hieruit dan niet, dat geluk en voorspoed op zichzelf zoowel een vloek als een zegen kunnen wezen, en dat slechts de Heilige Greest in het eigen hart kan uitmaken met welke van die twee men in elk gegeven geval te doen heeft? Met den dag des kwaads nu staat het evenzoo. Treft iemand druk of kommer, wordt zijn weg afgebroken, trekt duisternisse over hem, en gaat schijnbaar al zijn arbeid teniet, dan hoort men van alle kanten de stemmen opgaan: „Yan Grod verlaten, geplaagd en verdrukt!" o Job, zoo roepen de vrienden hem dan toe, beken uw schuld en geef Grode de eere! Erger zondaars die burgers van Jeruzalem, op wie de Siloams-toren viel! Een „wee u" voor de Gralileërs, wier bloed Pilatus mengde met hun ojïer! Maar ook dit oordeel kan niet bestaan. Immers, de geschiedenis toont juist dat de besten steeds het felst gestriemd en geslagen zijn; dat juist de trouwe knechten Grods „de
Stemt
al
ongetroosten en als door een onweder voortgedrevenen" waren en dat het ontzettende vloekhout van Grolgotha, juist voor den Eenige die Gode behagen kon, van het gruwzaamste lijden en van den bittersten dood getuigt. Nog leert de ervaring, dat de goddeloozen op aarde voorspoed hebben, terwijl wie Grod vreest, smaad en vervolging lijdt. En nog blijft een machtige stem des Greestes in de borst der lijdende knechten Grods tegen de ruwe hardheid protesteeren, waarmee men aan hun priesterlijk lijden nog het bittere oordeel van Grods verlaten;
heid toevoegt. lijden staat het als met den voorspoed. Er kan zegen, er kan gunste of toorn, er kan genade of oordeel in schuilen, maar aan welke van die twee men zich in elk gegeven geval te houden heeft, weet niemand dan de beweldadigde of verdrukte
met het
Neen,
vloek
zélf,
of
niet bij eigen inzicht,
Ook
hier
geldt
het
maar
daarom:
het licht van den Heiligen Greest. „Oordeel niet, opdat ge niet geoor-
bij
deeld word et!"
Jobs vrienden moesten het van achteren aanhooren, dat Job rechtvaardiger was dan zij, en zijn gebed hén moest verzoenen. Asaf bekende het in het einde, dat zijn blik op anderer lot gefaald had. In Jesaia 53 bekent de gemeente, dat ze den Zone Gods, om en vlucht zijne diepe verbrijzeling, als een verworpene had geacht nu met diepe beschaming tot haar Redder.
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's