Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 220

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 220

2 minuten leestijd

216 Ja, waarlijk, bij God! die zijn Grod nog loven!

komt

terecht.

Die wordt weergevonden.

Die zal

En was het bij u zoo, mijn broeder, o, zie dan en hef uw oogen op naar het gebergte, van waar alleen uw hulpe komen kan! Daar wenkt Hij, daar wenkt Hij reeds van verre, Hy uw trouwe, goede, goddelijke Herder! En Hem te zien, niet waar, dat is reeds weer leven! Wie Hem maar weer ziet, die kan reeds loven. En daarom looft Hem al zijn volk! want al zijn volk gaat door die afzwervingen heen. Verloren schapen waren we op onze beurt allen!

XC.

Bij

U is vergeving,

opdat

Gij

gevreesd wordt.

Psalm 130 Als

:

4.

de twaalf geloofsartikelen niet alleen staat: „Ik geloof en: „Ik geloof in Jezus Christus, zijnen eengeboren Zoon;" en: „Ik geloof in dea Heiligen Geest;" maar ook dat veel raadselachtigere en onbegrijpelykere: „/A: geloof de vergeving der zonden]''^ spreekt uw hart dan inderdaad en waarheid ook op die laatste belijdenis een waarachtig „Amen" uit? Te gelooven dat er een levende, wezenlijke God is te gelooven dat die God geopenbaard is in het vleesch, en te gelooven dat die God woont in menschenharten, is reeds iets zoo onbeschrijflyk groots iets zoo onuitsprekelijk heerlijks; iets waar geen enkele menschenziel in

er

in

God den Vader, den Almachtige;"

;

haar zelve toe kwam! als ge dat dan nu eenmaal belijdt (wijl die God zelf het u te gelooven gaf), om er dan nog bij te belyden dat die ontzaglijke God, dat „heilige, heilige, heilige" Wezen, u al uwe misdaden vergeeft, de zonden u niet toerekent en al uwe overtredingen toedekt, zeg het zelf, mijn broeder, hoort daartoe niet nog een gansch bijzondere genade? Gaat dat. niet zeer verre te boven, wat er uit de ooit uit

Maar,

diepten van eens menschen hart in dat hart ooit opklom? „Ik geloof de vergeving der zonden!" ... dat te zeggen, dat te meenen, dat wezenlyk voor waarachtig te houden, als ge eerst zelf in de diepte der verbrijzeling het worstelen met de zonde hebt leeren verstaan! Als ge de vangers van Satan om uw ziel hebt voelen klemmen! Als ge bij ondervinding weet, hoe uw doodvijanden, de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 220

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's