Honig uit den rotssteen - pagina 182
178
U
verborgen houdt," wil dus in Jesaia een God, die zitjt 15 rechtstreeks eenvoudig zeggen „Gij "houdt uwe plannen verborgen, uw besluiten verborgen, Gij staat bet den mensch niet toe, terstond de bedoeling te kennen van wat Gij doende zijt." Israël bad bet zicb heel anders gedacht; had zich ingebeeld, dat God zijn liefde aan zijn volk had onttrokken; had zich beangstigd, dat de trouw van Jehovah voor eeuwig door zijn zonde was verbroken en zich dus God voorgesteld als in liefdeloozen toorn woedende. En zie, nu van achteren blijkt het, dat er in dat alles niets dan heilige liefdesaandrift school. Dat God zoo heel anders was, dan men uit zijn daden zou opmaken. En daarom heet het dan, niet klagend, maar omgekeerd juist jubelend: „o, God, wat hebt Ge ons verrast; wat zijt Gij toch heel anders dan wij ons U denken; wat miskennen toch voorwaar Gij zijt toch een God, die U verborgen houdt we
„Gy
45
:
:
;
U
;
Toch voldoet dat den dieper ingeleide niet. Want, ja, er moet wel toegestemd, dat ook dit woord neerkomt op wat we elders lezen: „Mijne gedachten zijn niet uwe gedachten;" „de verborgen dingen zijn voor den Heere onzen God ;" „zijn oordeelen zijn ondoorgrondelijk;" of ook op Paulus' uitroep: „boe onmaar toch, maar toch, het staat naspeurlijk zijn uwe wegen!" hier zoo heel anders uitgedrukt, als een trek in het wezen Gods, als een daad van zijn wil, als iets dat God opzettelijk, omdat Hij God T^ verborgen houdt is, doet. „Voorwaar Gij zijt een God., die Er ligt dus blijkbaar onder deze naaste bedoeling een diepere grondgedachte, die door de oppervlakte van den waterspiegel heenschijnt, en die het" zielsoog boeit; waar ze in tuurt; en die ze
—
U
verstaan wil.
is,
En
is
die diepere grondgedachte
Of
is
het dan
om De
wel zoo moeilijk
niet de eigen aard
zich verborgen te
van
al
wat
te
gissen?
edel, rein
en teeder
houden?
noemt men eene openbare vrouw; maar de reine maagd houdt zich verborgen. Ons lichaam toont zich, is te zien, is openbaar, maar de ziel in ons houdt zich verborgen. Aan ons lichaam zelfs zijn de min edele deelen van hand en voet zichtbaar, maar houden de edeler deelen, als daar zijn onze longen, ons hart, boeleerster
kuische
ons levensbloed, zich verborgen, schijnende het laatste slechts in den blos op het aangezicht in oogenblikken van schaamte of overspannen
vreugd sterker door.
En
die regel nu geldt bij alles. De keisteen maar het gouderts houdt zich verborgen
publiek op den de mynen. De kalkschelp ligt op elk strand voor het grijpen, maar naar de parelschelp moet ge duiken in de verborgen diepte. Bij het zachte licht
weg,
ligt
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's