Honig uit den rotssteen - pagina 204
200
Maar dan juist komt het ook van de zij onzer ziel tot verzet. Herbergen wil ons goddelooze ik die onreine geesten nog wel. Ze ons laten inwonen, uitnemend. Maar als die onreine geest het bij masker afwerpt en in plaats van ons te dienen^ ons in het huis van ons eigen hart bevelen gaat, dan komt de hoogmoed van ons ik er tegen op, en doen we ons best, om dien onreinen geest zijn rust te benemen, hem het leven ondraaglyk te maken en hem zoo te dwingen tot verhuizen.
En
meest lukt dat. spreekt Jezus
Zoo
dan ook in de gelijkenis van zulk „een onreinen geest," die uit den mensch niet door Jezus wordt uitgeworpen,
maar
er zelf ,^uitgaat^ zoekende rust."
Wel
een
teeken,
dat
mensch, in wiens hart de onreine geest
de
was ingedrongen, het hem onrustig maakte.
Er is hier dus ganschelijk geen sprake van een bekeerde, maar integendeel van een onbekeerde, die door Beëlzebub, den overste der duivelen, d. i. door sluwheid, den onreinen geest bewoog en noopte, om de vlucht te nemen. Zie maar, wat er nu verder gebeurt. Terwijl die onreine geest nu weg is en omzwerft in dorre plaatsen, gaat die brave mensch in het huis van zijn hart aan het werk. De toeleg is gelukt; de lastige indringer heeft het hazenpad gekozen; hij heeft het maar wat goed aangelegd; zie, nu is hij in zijn eigen hart weer de baas, weer vry man weer kunnende doen wat hem goed dunkt. Hij zal er dan nu ook eer van hebben. En daarom het eerste waarop hij bedacht is, zal wezen, om heel zijn huis van onder tot boven eens terdeeg te reinigen. Want overal heeft die onreine geest ingezeten, en alles is door zijn aanraking ontreinigd en besmet Letterlijk keert hij dan ook heel het huis van zyTi hart met bezemen onderstboven, tot er geen smetje of vlekje of stofje van den onreinen geest meer te bespeuren valt, en hij naar waarheid zeggen kan: Nu is alles weer schoon en zindelijk. En zelfs daar laat hij het niet bij. Ook „versieren" zal hij zijn huis. D. w. z. hij zal niet maar het kwaad nalaten, maar zich ook met deugden versieren. Ja, het lijkt voor de geburen wel, alsof die man daar naast hen, niet slechts met alle zonden gebroken heeft maar bovendien nog een toonbeeld geworden is van stille braafheid en deugd. Alleen maar zijn hart blijft ledig. Buiten zijn „eigen ik" woont er niemand in. De „onreine geest" heeft de vlucht genomen, om rust te zoeken. Maar van een ander die er in kwam hoorde men niets. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's