Honig uit den rotssteen - pagina 110
106 haar gereclitvaardigde zijde heeft, en eerst door overdryving zonde wordt. Immers bij een iegelyk die geen geestdriijver is, maar uit het Woord leeft, komt eerst de belijdenis en daarna de bevinding^ zooals blijken kan uit den aanhef van Romeinen vijf. Een hoofdstuk waarop menig dolende onder de broederen goed zal doen eens te letten. Wie toch met „bevinding" begint of ook weigert te belijden, eer „de bevinding" er is, gaat tegen de heilsordening in. Neen, „in zijn oprechtigheid wandelen" beteekent volgens de Heilige Schrift, dat het u om waarheid te doen is, en dat ge, wijl het u daarom wezenlijk is te doen, die waarheid zoekt bij Hem, die ze u alleen geven kan, d. i. by God. „Alle mensch is leugenachtig. God alleen waarachtig!" dat moet ge aanwillen en aandurven. En, vat het wel, aandurven, niet als een afgebroken iets, waarop ge allerlei uitzonderingen maakt en waar ge allerlei bedingen aan hangt, maar aandurven als de duidelijke, klare, heldere uitspraak van wat wel waarlijk en werkelijk zoo is. „God alleen waarachtig!" Is het u dus om wezenlijke waarheid te doen, dan zult ge bij alle dingen, waar het God beliefd heeft zich over uit te laten in zijn Woord, eenvoudig weg aan dat Woord vragen, wat God er van gezegd heeft, en dan voorts zeker en vast bij u zelven overtuigd zijn, dat het nu ook zóó is, gelyk God het u zegt. Niet om het nu nog eerst weer te gaan toetsen, of te wachten tot uw bevinding het u ook zoo zegt, maar om zonder eenige verdere toetsing en zelfs al bleef die bevinding voorshands uit, het desniettemin, met vreugde en geestdrift, als zekere, als vaste, als onomstootelijke waarheid te belijden. Maar om nu op de proef te weten te komen, of ge dat nu gemeend hebt en of dat nu waarheid in u is, moet ge nog een schrede verder gaan, en u zelven scherp onderzoeken, of ge, om te weten te komen, wie ge zelf zijt, dit aan uzelven of aan andere menschen of wel aan God vraagt. Niet waar, bij uzelven hebt ge het meeste belang. Of ge dus al met alle andere vragen naar God gingt, maar voor die hoofdvraag: wie gij zijt, hoe het met u staat, andere orakels bleeft ondervragen, dan zou al uw pronken met Gods Woord nog niets dan ijdel spel zijn. Ga daar dus maar op in en doorzoek uzelven nauw, of ge, om te ontdekken wie ge zelf zijt en hoe het met uzelven staat, het alleen by Gods Woord houdt.
—
En,
genomen,
zóó
ach,
mijn
lezer,
waar
zijn
dan de „oprechten
van hart?" als God hem in zyn Woord dat vreeselijk van zyn innerlyk verdraaid en verdorven, diep zondig en verdoemelijk wezen?
Wie
er
dan
laat
zien
wil
afbeeldsel
aan,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's