Honig uit den rotssteen - pagina 189
185
LXXIX. aP>ij
ftcït
lioor ulu aangcsicQt in ccu\nigïi»^iö*
iTïij
Want in
uw
mij aangaande, Gij onderhoudt mij mijne oprechtigheid en Gij stelt mij voor aangezicht in eeuwigheid.
Psalm 41
:
13.
Er zijn vooral in den Psalmbundel zoo van die schijnbaar weinig beteekenende uitspraken en waar bijna een ieder overheen leest, en die toch, als men ze even peilt, zulk een schat van troost en zulk een bron van genade blijken. Zoo o. a. dat woord uit Psalm een en veertig, dat boven dit stukske staat, o, Denk het eens in en spreek het voor uw ziel eens uit, wat er in dat ééne korte woord niet aan heerlyke genade verscholen ligt. Ik zou omkomen, zegt Grods kind, en toch kom ik niet om, en zal ik veeleer nog den triomf over mijn wederpartijder zien en over den ach dit zal heusch niet wezen, man, die mijn ziel kwelt. Maar, omdat ik hem sta, of omdat ik boven hem iets voor heb, neen, maar eeniglijk en alleen daarom, dat ik een kind van dien God ben. Met om het kind, maar om God gaat het. En omdat de eere van dien Vader, van dien Grod er mee gemoeid zou zijn, daarom en daarom alleen komt het kind, hoe het dit ook verdriet, er toch ten leste mee door. En er door, volstrekt niet zonder gerechtigheid. Want dan zouden alle duivelen om wraak roepen en uit de diepte der hel tegen den „Dat God onrechtvaardig was, en dat, als het hemel inschreeuwen zoo ging, zij zelven, zij duivelen, ook wel in den hemel konden." Neen, het kind gaat er door met gerechtigheid en zonder eenige de minste ongerechtigheid. En het mysterie, hoe dat kan, zie dat .
.
.
:
de Psalmist op in zijn zielservaring, dat hij zelf zyn gerechtigheid telkens losliet, maar dat God ze voor en in hem vasthield. „Heere, want mij aangaande. Gij onderhoudt mij in mijne oprechtigheid!" In oprechtigheid^ dat is nog meer dan in gerechtigheid. Want dat wil er nog bij zeggen: „dat ik gerechtig gemaakt door U, mij niet aanstel, als had ik zelf 't zoover gebracht." Maar oprechtelij k, in en buiten mijn hart, belijd: „God de Heere deed het, Hij alleen!" lost
hoe gaat dat nu in zijn werk? eenvoudig, mijn broeder, want daartoe doet Gods Hij stelt u voor zijn aangezicht in eeuwigheid. liefde slechts dit ééne Dat deed Hij eens eeuwiglijk van voor de grondlegging der wereld „in dat eeuwiglijk stellen voor zijn aangezicht" lag saam uw verkiezing en met die verkiezing de wortel van al uw heil.
En
Onbeschrijflijk
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's