Honig uit den rotssteen - pagina 193
189 niet maar afzyn van Israël; och, dit ware het minste: neen, maar het is tegelijk afgaan van den Zoon des levenden Gods, van uw Middelaar, van uw Levenskracht. Want Israël is niets en Abram is niets, maar in hun planting stak het levenssap van uw Heere! Prent u dat toch in de ziel, en laat niet af, eer ook uw broederen is
het vatten. Dat wilde jagen en dry ven van veel y veraars onder wie rechtzinnig zyn, ook in onze dagen, kan niet, o, zal niet duurzaam gedyen, tenzij ook de kinderen onzer eeuw weer indachtig worden aan den boom, waaraan zij slechts takken zijn, en aan den stam, waarop die takken als kroon zitten, en aan het mergsap, dat in dien stam als hun levensbron opklimt, en eindelijk aan den wortel, waarop die
stam
rust.
dat ook eenmaal, dan zult ge vanzelf weer aan de aan het leven, aan het zielebloed der vaderen vanouds aansluiten. Och, neen waarlijk niet, omdat Calvijn iets was, of Gomarus want zeg het iets kon, of de Dordtsche vaderen iets vermochten toch en leer het toch, dat Calvijn een nietig schepsel was en Gomarus een schuldig zondaar en heel de kring der Dordtsche vaderen in zich zelven bij God voor niets geacht. Maar dan zult ge aan het leven van die mannen, aan de monumenten uit dat leven, ja aan het schrift dat op die monumenten staat, u en uw kinderen verbonden gevoelen, omdat ge alsdan belijden zult: Dat was ook in die dagen het lichaam van Christus^ en Christus, die in dat lichaam werkte. Of wilt ge, het was Christus, die destijds reeds uit den wortel in den stam het sap deed opstijgen, waaruit mijn ziel thans leeft.
Maar vat ge
leer,
;
LXXXI. ,
%^
taiï
aan
\u
Profeteer en zeg: Alzoo zegt de Heere Heere: »Zie, Ik wil aan u!«
Ezech. 35
Er wijze
zijn in
's
:
2,
3.
Heeren leidingen met personen en met volken tweeërlei
van doen.
Aan den éénen kant een goddelijk dulden met goddelyke lankmoedigheid maar ook anderzijds een op een gegeven oogenblik beslist en merkbaar breken met dit lankmoedig dragen, om de ziel van 't weerspannig en weerbarstig menschenkind aan te vallen in zijn toorn; neer te werpen in zijn verbolgenheid en met de overweldigende kracht van zijn oordeel te verschrikken. ;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's