Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 224

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 224

3 minuten leestijd

220

En

dat weet Grod de Heere nóg, dat het zijn volk van nw, evenals volk van toen^ allereerst en allermeest om leven te doen is. Want naakt en geopend ligt het op aarde alzoo voor zijn heilig oog, dat de geroepenen onder de kinderen der menschen Hem wel waarlyk openbaar zijn, als een kudde moêgezworven schapen, die niet meer voort kunnen, die er bij neervielen, die geen adem meer in zich hebben en waar niets mee te doen, noch aan te doen is, of de Redder moet eerst beginnen met te zeggen, waaruit die aêmechtigen zullen kunnen leven! En dienovereenkomstig openbaart zich die eeuwige Liefde Grods dan ook. De maat der verlorenheid van het te redden schepsel wordt maat tevens voor de ontfermingen van wie den verlorene redden zal. En zoo komt dan de Heere inderdaad ook, vóór alle dingen, tot de verslagenen van hart met die meestomvattende, die diepstgaande, die genadigste van al zijn beloften „Leven heb Ik voor u. Gry zult leven. Mits ge leven wilt uit het geloof.''^

zyn

:

Maar wat is dat dan? Leven uit het geloof! Wil dat zeggen, naar zoo menigeen het zich voorstelt: „Indien gy nu maar alvast begint met eenige dorre, afgetrokkene waarheden te gelooven, dan zal Ik u biij uw sterven als de dood komt, het leven als loon schenken voor uw stille onderworpenheid!" Of, indien dat niet, dan misschien: „Indien ge nu maar gelooft, dat het is, zooals Ik het zeg; dan zal er buiten u, ergens in den hemel, een leven zijn, waar gy niets van merkt, maar dat Ik u dan toebeschik!" Och, mijn broeder, indien het niets kostelijkers, niets warmers, niets heerlijkers ware, gelooft ge dan in ernst, dat er ooit een ziel door zou verkwikt zijn'? Dat er ooit een psalm des lofs om zou zijn

opgeklommen ? En dat ooit de taal der zalige verrukking van menschenlippen zou zijn gehoord? Neen, hoor toch en luister toch toe, wat veel ryker genade u in die belofte van „uit het geloof te zullen leven" toestroomt. Te leven.^ dat is dat er kracht komt in wat volstrekt van kracht ontbloot was; dat er weer adem opklimt in wat lag toegeklemd en stikte; dat weer in beweging geraakt, wat inzonk en bewegingloos neêrlei als een lijk in het graf.

Leven^ zie het maar uit Ezechiëls gezicht, dat is, als er beroering komt onder de doodsbeenderen als de lijkbleeke beenkleur weer wijkt voor de sprekende tinten van huid en spieren; als wat uiteenviel ;

zich

weer

gaat

en

en eindelijk, eindelijk, de geest blazen aardrijks, en wat machteloos neêrlei, zich weer opricht, overeind staat, en niet maar aanzijn heeft, maar weet dat het leeft. tot

elkaar schikt;

komt van de

vier

winden des

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's