Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 112

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 112

3 minuten leestijd

108 of

van gruweldaden

hooren krijgen, of met een sombere vlaag in

te

het pessimisme vervallen. Maar, en vergeet dat niet, dan maken we in onze gedachten alt^d een onderscheid tusschen die booze en „de goede menschen" en sluiten dan stilzwijgend onszelven gemeenlijk bij de laatste soort in. Dan hebben we het dus niet over de boosheid van den mensch als mensch over een boosheid die van alle menschen zonder onderscheid ;

over onze natuur en het geslacht waartoe we behooren; maar over enkele o/^menschen, gelyk men het dan karakteristiek noemt, en dan nog wel over die onmenschen in hun onmenschelyke oogenblikken. Zoo blijft het dan op den bodem onzer ziel vaststaan, dat een mensch als zoodanig, niet een boos maar een goed, niet een hatend maar een vriendelijk wezen is, en putten we ons vaak uit, om al liever woorden voor „dat lieve" in den mensch uit te denken. Vooral als de zangers aan het bezingen, en de lofredenaars aan het bewierooken, en de sprekers bij de graven aan het benedijen komen, heusch, dan lijkt het kind van stof wel een engel, wat zeg ik, neen, geldt;

schier een halfgod

Toch

En

is

geworden

te zijn.

altemaal bedrog, zelfmisleiding, leugen. om de eenvoudige reden, dat Grods

dit

leugen,

Woord

het vlak

andersom, het juist omgekeerd zegt. Grod

zegt

dichtsel is.

Dat

u in

van

uw

al

het

Woord

zijn

hart boos gedichtsel

is.

dit:

Dat

„Weet,

o,

mensch, dat het ge-

al het gedichtsel

van aw hart

van

alleenlijk boos

uw hart boos is.

Ja dat

al

het gedichtsel van uw hart alleenlijk boos is, ten alle dageT^ Dat was, het is zoo, vóór den Zondvloed. Maar ook na den vloed der wateren, onder het Noachietisch verbond, heet het „Het gedichtsel van 's menschen hart is boos van zyne jeugd af aan" (Gren. 8 21). „Zie, op zijn heiligen (engelen) zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in zijne oogen. Hoeveel te meer dan is de mensch gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water" (Job 15 16). „Tn zijn hart zijn 14). verkeerdheden, hij smeedt te allen tijd kwaad" (Spreuk. 6 „Arglistig is het hart, ja doodelijk" (Jer. 17 9). Om te zwijgen van wat Jezus uit het hart van een mensch uitmonsterde „booze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valsche ge:

:

:

:

:

:

tuigenissen, lasteringen."

&od laat in zijn Woord dus geen zweem van De uitdrukkingen zijn zoo kras, zoo sterk

twijfel.

gekleurd,

zoo

niets

sparend mogelijk.

Er is

niets geheels

aan

u.

Van den hoofdschedel tot de voetzool melaatsch

niet uit; dat strijdt met de dat weerspreekt de ervaring eiken dag. Of is er niet een schat van goedhartigheid, van toewijding, van verteederende liefde en

Maar,

feiten;

zegt

ge,

dat

komt dan toch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's