Honig uit den rotssteen - pagina 101
97
weer in het ingedragen.
En
heilig
Zion,
in
den tempel des Heeren mocht worden
nu, beeldt die Levietentrein, door de groote woestyn trekkend,
nóg den pelgrimstocht van Gods heiligen af, gelijk ze door de van dit roemloos leven optrekken naar de stad des levenden Grods ? Of draagt ge dan ook geen „vat des Heeren," gij uitverkorenen van zijn grondelooze genade! Maar wat, bidde ik u, is uw hart dat ge in den boezem draagt dan anders dan een kostelijk vat, waaruit Jehova zich een vat der eere wou bereiden, door het te besprenkelen met het offerbloed en u
niet
vallei
de zalving gewijd zijn? er
des
Heiligen
op
te
plengen,
opdat
het
Hem
zou
uw ziel, indien ge anders kinderen des Koninkryks, wederen dus levenden door het leven Christi zijt, hoort uw ziel dan niet aan Hem, zóó aan Hem, dat gij geen ander recht en geen anderen plicht hebt, dan om die ziel rein te bewaren, en voorts, dit leven door. ze uit te dragen naar het Jeruzalem dat boven is en waar ook uw ziel eens als ornament en genadetropee voor den ontfermenden Grod moet worden ingevoegd in het geheel van de kunstgewrochten zyner ondoorgrondelijke barmhartigheid? En overkomt dan ook u bij „dat dragen van het vat des Heeren" niet dezelfde „moeite des wegs" en dezelfde „hitte des daags" en dezelfde gevaren der reize en dezelfde bangheid voor wat u ontmoeten kan, als eens dien Levietentrein opwachtte bij dien woestijntocht over de rivieren der ballingschap naar de „riviere Gods die Jeruzalem Hoort
g'LüOren
verblijdde?" En nu, zou
ook
voor
u
dan
't
Woord
niet zijn:
„Gaat
uit
en
reinigt u!"
dat woord, om dan nu toch te breken met de wereld heen Ook voor u dat „gaat uit," als om u in de ziel den stoot te geven dien gij nog noodig hadt, en een einde te maken aan dat altijd „zullen gaan" zonder ooit tot een werkelijk uitgaan te komen? Maar dan ook dat „reinigt u," opdat uw uitgaan uit de wereld niet een meedragen van de wereld in uw hart zij, en het „ontbindt den schoenriem uwer voeten" toch niet bij Gods heiligheden
Ook voor u
om
u
!
worde vergeten!
Er
nog zoo honderden bij honderden met „de vaten des hun zijn toevertrouwd, bij Babylons rivieren neder, die het dwepend oog naar Jeruzalem uitzien, maar toch den ruil van de dorre woestijn voor de gemakken van het weelderig Babyion niet aandurven! o, Ze zijn er nog zoo bij gansche groepen, die wel uittogen, maar zoo beladen met de bekoorlijke dingen van de zondestad, dat er voor het dragen van het vat des Heeren schier geen kracht in de spieren of ruimte in den arm overbleef! o,
Heeren," wel met
zitten die
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's