Honig uit den rotssteen - pagina 87
83 immers
eerst bij
de besnydenis des barten wordt bet in al zijn beer-
lykbeid openbaar.
Het Verbond der genade wil
altijd zeggen, dat ons eenzaam en voor eeuwig krijgt. Een vriend die een „verbond^'' om nooit te breken met ons sluit. En wel een Verbond der ^^plaatshekleedingy Hem onze last en ons zijne beerlij kb eid. Daarin lei en ligt en zal voor eeuwig liggen al bet wonderseboon van ons Cbristelijk geloof, bet mysterie van bet verlossingswerk, de zielsscbat van bet „Verbond," der uitverkorenen beilgoed, de beker, de overvloeiende beker van vrede en beil. Maar dan voelt ge ook op wat besnijdenis bet, om in dat „Verbond"' te wortelen, aankomt. Neen, waarlijk niet maar op de afsnijding van iets van uw bart, maar op de af-, de uit-, de wegsnijding van dat bart zelf, als een bart dat juist niet in een verbond wil, maar zicb in zijn alleenbeid wil bandbaven, dat, te trotscb om een plaatsbekleeder te aanvaarden, volbardt alles zelf te zullen doen, -en nu, om die leugen maar waar te maken, er op dat arme bart op insnijdt, wanende dat dat onze besnyding zou beeten. Welnu, dat geheele bart, niet slecbts een stuk of een iets er van, maar heel dat bart moet weg, en eerst als dat weg, en voorgoed weg is, is „de besnijdenis des barten" aan u voltrokken. Want zie, dan bebt ge bet aangedurfd, om u van uw eigen bart af en op Jezus te werpen. Dan leeft ge niet meer zonder plaatsbekleeding. o. Zie, dan, maar ook dan eerst, voelt, en kent en geniet en doorleeft ge wat bet is, te staan in een Verbond; in een Verbond met dien Eene, die u nooit begeven zal en wiens trouwe onwrikbaar is, als de vastbeid van de bergen Grods. Ja, dan komt in der waarbeid Paulus' woord aan Filippi tot zyn recbt: „Wij, wij zijn de besnijding, wij die God in den geest dienen en in Christus Jezus roemen''^ (Fil. 3 3). In dien goeden, gezonden, beerlijken zin moet beel ons leven dus sacramenteel zijn, dat we den toegang afsluiten, waardoor de levensbeweging uit ons eigen bart wil opkomen, en den toegang ontsluiten, waardoor bet leven zicb naar ons toe kan bewegen uit den Cbristus. Afgesneden alle weg uit ons eigen zondig, geoordeeld, voor Grod onbestaanbaar bart en geopend de koninklijke beirbaan, waarlangs de Cbristus ons toekomt en bezoekt en met zijn genade overstelpt, zoo en niet anders mag de besnijdenis zijn, die gelden zal van ons bart. Ocb, of ge er tweeërlei uit in u opnaamt. Dit allereerst, dat de dooding der zonde geen uitbreken van bet onkruid, maar een omzetten van den akker is, waar dat onkruid in opwies; een leggen van de bijl niet aan dezen of dien tak, maar aan
verlaten
bart
een
vriend
:
\ \ j
i
|
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's