Honig uit den rotssteen - pagina 196
192 Neen, niets er van. Grideon is als een kruipende wezel, die niets waagt en niets durft en maar niet gelooven kan, en die, nu zijn Grod hem, nog al in buitengewone openbaring, zijn stelligen last laat aanzeggen, nog naar allerlei teekens en geloolshulpsels omziet, om zijn ongeloof te boven te komen. Maar koe dan ook, door Hem die alle dingen werkt, is er eindelyk geloof in Gideons borst ontwaakt. En nu gaat hij dan ook, en aarzelt niet langer en slaat de hand aan het gevest en trekt op den Midianiet en, denk eens wat een schare, twee en twintig duizend hij los ... man met hem. Dat verzwakte natuurlijk zijn geloof weer. Wie 22,000 man bij zich heeft, ziet minder naar Grod om, dan die alleen staat. En omdat Grod de Heere ons in Gideon een geloofsheld wil toonen, moet dat leger weg. En weg, niet doordat God ze wegneemt, neen, maar doordien God aan Gideon den last oplegt, den ontzettenden last, om ze .
weg
te zenden. de Geest werkt in hem, dat hij dat doen kan en dat doet; en nu heet het: „Wie bloo en versaagd is, vliede!" en zie, op dat woord slinkt meer dan de helft reeds weg en slechts tien duizend blijven. Maar ook zoo mag het nog niet. Neen, Gideon! met tien duizend man, dan werkt ge nog voor drie kwart buiten het geloof om. En daarom nog eens de zifting van het kaf. Wie aan de beek lekt, zal meê mogen optrekken. Anders niemand. En o, nu dacht Gideon zeker, dat wel minstens de helft zou bukken. Doch neen, slechts een klein groepje, een handvolle, een bendetje dat niets is, doet het. En nu Hebt ge nu, nu schier alles wegslonk, de vraag aan u, o, Gideon hebt ge nu nog geloof, om het aan te durven? om te weten dat het moet? om het te doen? En ja, Gideon ontvangt dat geloof van den Heiligen Geest, en hij trekt op en hy valt aan en hij slaat den Midianiet, dat hij vlucht; vlucht inderijl; vlucht in verwarring. Het geloof dorst; deed het en overwon!
zelf
En
:
!
Dat is Gideon de geloofsheld! Maar ziehier nu naa*st dit licht de schaduw in de gelooflooze lieden van Succoth. Die Succothers spelen met het geloof. zijn ook voor den Heere en zijn heilige rijkszaak! o. Zeker, zij o, Zekerlijk, ook hun deel Gewisselijk, ook zij zullen meedoen o, alleenlijk maar ze zouden eerst zal met het volk des Heeren zijn ... wel „de handpalmen van Tsalmuna" willen zien. Tsalmuna was de machtige Midianiet enkoning: hun plaag; de gevreesde tiran; de geesel Israëls; die het bitterlijk wreken zou, als !
.
de Succothers tegen
En daarom
hem
zijn ze
dorsten opstaan.
bang, en kruipen van vrees ineen,
o,
Ook
zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's