Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 181

2 minuten leestijd

177

En

zie,

daar staat

hitj

nu

in den

hemel met den geredden schat van

zieleleven in zijn armen.

Dat al de engelen hem aanbidden! Dat al de martelaren en profeten voor hem nederknielen Dat de Vader hem kroont!

LXXVI.

€cn

a5ati tric 5icö

Gij zijt

berfiargcn een God, die

U

ijautrt»

verborgen houdt. Jesaia 45

:

15.

Openbaart God zich dan niet? Zyn wij het dan die Hem moeten najagen tot we Hem vinden, en Hem moeten aangrijpen, dat Hij ons zich ontsluit, en Hem niet los moeten laten, tot Hij ons zyne heerlijkheid getoond heeft? Onze ziel dacht het zoo heel anders We stelden ons voor, dat wij door onze zonde een dichten nevel hadden doen optrekken, die den Heilige voor ons onzichtbaar maakt. achtten, dat onze hand den sluier had uitgespannen, die ons belet den Eeuwige te zien. En van Grod den Heere hadden we ons ingebeeld, dat Hij juist de zich openharende Grod was^ die met al de mogendheid zijner ontferming arbeidde, arbeidde tot in het bloed zijns eigen Zoons, om door die nevelen heen te breken, om dien sluier weg te scheuren, en eindelijk ons vindend en tot onze ziel doorbrekend, zoo wegsleepend zalig tot zijn volk te fluisteren: „Zie hier ben Ik, o, Jeruzalem, zie, hier is uw Grod." Maar dat schijnt dan zoo niet te wezen, want Jesaia zegt toch „Voorwaar, Gij zijt een God die immers nadruk keliij k verborgen houdt!" Niet maar: „nu nóg verborgen zijt," of ook: „verborgen zijt ondanks U zelven." Neen, maar een God, tot wiens goddelijke natuur het behoort, zich door een eigen wilsdaad verborgen te houden!" Hoe rijmt dit dan? Wat wil de profeet met dit woord? Leest men het verband bij Jesaia na, dan kan er over de rechtstreeksche en naastbij liggende bedoeling van deze uitspraak geen ge-

We

:

U

midden van Israëls diepe vernedering, met het oog op den nog dieper smaad, dien Israël in Babel

schil bestaan. Jesaia spreekt te

spreekt

ondergaan

zou, en profeteert nu, hoe deze schijnbare prijsgeving en vertreding van zyn volk in den diepsten grond niets anders zijn zal, dan een door God uitgedacht, gekozen, gewild en in het werk gesteld middel om Israël heerlijk te maken. 12

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's