Honig uit den rotssteen - pagina 102
98
En
liw „vat des Heeren," deze uwe door Jezus bloed het zoo waard, dat ge er alles voor aangeeft, om ze Grode toe te brengen in zijn heiligdom. Met nu reeds toch,
verloste
ziel,
dit
ze
Dat kunt ge
Maar nu
is
niet!
ze uitdragend als de pelgrims door de paden des levens,
eens de oevers van de Jordaan der eeuwen bereikt, en eens het stof der woestijn zult afschudden, om, door de vallei van de schaduw des doods, dit glorierijk en heerlijk Jeruzalem in te trekken, waar een plaats bereid is voor elk „vat des Heeren," en, beter nog, voor elk vat des Heeren een stoorloos gebruik verordineerd werd in de aanbidding des Heeren, in zyn hemel der hemelen een blijvende, een nooit eindigende, een volzalige dienst. tot
ook
ge
daar
gij
—
XLY. ïtintiercn öer opftantiing* Zij zijn kinderen Gods, der opstanding.
dewijl kinderen Luk. 20 86. :
Wat
zyn „kinderen der opstanding?" is een vijand van het sentimenteele. Hy leeft en ijvert, hij strydt en sterft voor Gods heiligheden, maar van het weekelyk spel des gevoels wendt hij zich met een: „Laat de dooden hun dooden Jezus
begraven," af! Het gaat hem om Grod en God alleen, en bij dien God is alle schepsel door hem niets geacht, en moet dus zelfs het heiligste onder die schepsels voor het heilige der Hooge Majesteit wijken. „Wie vader of moeder liefheeft boven mij, is myns niet waardig." Ja sterker nog: „Wie niet haat man, vrouw en kind om het Evangelie des Koninkrijks," valt uit zijn rangorde in dat Koninkrijk uit. Dat nu geldt ook van het leven des hemels. Naar dien hemel verlangen, naar dien hemel uitzien, mogen we alleen om God, en alle berekening voor het toekomende en alle voorstelling van den gelukstaat des hemels, die zich op onze dierbare afgestorvenen baseert, is, wijl ze God in de schaduw stelt, voor
Hem
geoordeeld.
Dat zou zijn een indragen van de verhoudingen dezer wereld en van dit leven in wat aan de overzijde des grafs is, terwijl het er juist omgekeerd op aankomt, om de eeuw, die dan komt, nu reeds over deze wereld te laten heerschen, en, wat dan zijn zal, nu reeds,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's