Honig uit den rotssteen - pagina 31
27 dat hij sterft als er geen brood komt, en wien,
ook
alles
lief is;
komt
naar wat de Spreuken dichter zegt:
ziel is zelfs alle bitter zoet (27
:
er voedsel,
dan
Der hongerige
7).
Toets daaraan dan uw eigen zielstoestand toch, mijn lezer! Dien honger, hebt ge hem gekend? Kent ge dien nóg? Is het dat rusteloos prikkelen van den honger, dat u telkens weer naar Jezus uitdrijft; niet uit weelde, maar om het leven er bij te houden, en niet om te komen in uw eigen dood en in de zonde van uw hart en in uw verdoemelijkheid voor den Heilige? Maar ook, denk om dat woord van Jezus, als ge u onderwindt om met dat brood tot anderen te gaan, of als ge anderen naar dat avondmaal van Jezus henen roept. Dat zoo maar aanbieden van het brood, neen waarlyk, dat is niet Evangelisch. Brood voor ie houden, waar nog geen schijn of schaduw van honger is, of ook waar elk schijnsel van dien honger verdween, is door en door onbarmhartig, oneerbiedig, onbetamelijk; want dan is het eenige wat ge bereikt dit: dat het kostelijke brood tusschen de vingers verkruimeld in plaats van gegeten wordt; dat de ziel er een walg van krijgt en het heilgoed des Heeren tot versmading wordt. Neen, wilt ge barmhartig zijn en tevens het heilige eeren^ doet dan naar Jezus zelf het u voorschreef, en noodt, niet de (geestelijk) rijke geburen maar de armen; biedt dan het brood des levens niet aan den oververzadigde, maar aan hem dien hongert brengt dan den balsem niet tot wie pocht op zijn welstand, maar tot den man die kreunt om de p^n zijner wonde. Alleen, wat we u bidden, laat het daar niet bij, want het Woord moet tot allen komen, mits ge dan bij die anderen, eer ge met uw brood, met uw heulsap, met uw redding komt, den honger maar opwekt, de pleister van de wonde rukt en den droomendeon^nwcA^er^/ ;
;
—
XIV.
€en
taaïïic
ban getuigen»
Alzoo wij zoo groot een wolke van getuigen
rondom ons hebben
liggende.
Hebr. 12
:
Een der bangste verzoekingen voor Gods kinderen op aarde is schijnbare verlatenheid. Ze zijn zoo weinigen. Hun aantal is zoo droevig klein. Men ze zelfs in een groote stad haast wel tellen.
1.
hun kan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's