Honig uit den rotssteen - pagina 160
156 oog en zonder water om het uiterste van onze tong te verkoelen Als men jong is, gelooft men daar niet aan. T)&,n houdt men dat voor verbeelding en dweperij en voelt daarom geen trek naar het Woord, dat zulke benauwden troosten wil en zulke benepenen van hart juist toespreekt. Ja, zelfs vindt ge mannen die al gr^ze haren hebben, en vrouwen die reeds op hear dagen kwamen, en die toch met dat klagen over „benauwdheden der ziel," den spot nog drijven. ;
Soms
gaat de stekeblindheid zoo ver, dat zelfs vrome Christendie benauwdheden van eens menschen hart niets dan zwartgallige overdrijving zien. Dat heet dan aan iemands temperament te liggen. Aan zwaarmoedigheid van gestel. Aan een te donkeren blik waarmee men de dingen aanziet. En dat gespot en geglimlach duurt dan, totdat er uit den hoek weer eens een man te voorschijn komt, wien de ernst om de lippen spreekt, de bangheid van ziel in het oog staat, en die het dezen oppervlakkigen lieden zeggen durft: „Ja, ik, ik ben de man die benauwdheden gezien heb !" En zoo staan er telkens in tal van kringen op. Dat komt dan wel niet in de bladen, maar het gebeurt dan toch, en God schrijft het in zijn Boek daarboven, en de engelen merken er op, en de „Verlosser uit benauwdheden" (Jerem. 14 8) ziet er op neer met al de ontferming van zijn vertroostend aangezicht. En of de wereld het wil of niet wil, en de oppervlakkige Christenen het gelooven of niet gelooven, die kreet van dien benauwde grijpt de zielen aan en doet op wie het aanhoort, een ongelooflijke werking, o. Machtiger dan eenig ander instrument is juist die benauwing „van wie in den kuil ligt" een insnijding in de valsche gerustheid van slapende zielen! Angst heeft in zijn werking op ons zoo iets onuitsprekelijk roerends. Er zyn in den zielsangst weeën als van een barende vrouw. Maar juist daarom wordt er uit dien angst dan ook geboren, komt er kracht uit, draagt die angst vrucht. Benauwd zijn in de ziel, dat is arbeid hebben voor het Koninkrijk dat der hemelen dat is in de smarte zijn over een hooger leven is in één oogenblik duizend dooden sterven, om uit dien dood leven te doen spruiten; tenzy, en dit is het ijselijkst, tenzij die angst niet dan uit de hel en tot de hel mocht wezen, opgeweld uit uw eigen boosheid en u persend tot nog goddeloozer staat voor uw God. j\Iaar dat er nu buiten gesloten, en alleen gelet op de benauwing, die God de Heere om onze ziel strikt, om ons te persen, tot we het moeten opgeven, dan ja, is er in de „benauwdheid" een gansch goddelijke aangrijping. Want dan is dat nijpen van Gods hand om uw ziel evenzoo, als wanneer gij een lederen zak eerst geheel leeg en alle lucht er uit nijpt, opdat ze, straks door u losgelaten, nu den wijn vanzelf in zou zuigen tot vol wordens toe. zelfs
menschen
in
:
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's