Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 17

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 17

2 minuten leestijd

13 Heilige zoo weinig teeder nemen, dat we meenen er wel die mannen naar te zijn, om den Heere met onze hede aan te loopen dat we ooit anders durven bidden dan óm den Immanuël Omdat de Hoorder der gebeden ze zelf in onze ziel wil fluisteren Om de eer van zijn ;

!

!

naam.

VII. a?>ralien tiie niet

DpcnMar

zijn

Zij zijn,

gelijk

sijn*

graven die niet openbaar

en de menschen die daarover wandelen, weten het niet. Luk. 11 44c. :

somber en tocb roerend schoon is het beeld door Jezus van menschelijk hart gebruikt „een graf dat niet openbaar is en waarlangs de menschen voorbij wandelen, zonder te vermoeden wat er Diep

ons

:

in omgaat."

Toets aan dat beeld de verborgen diepte van uw eigen gemoed! weet wel, Jezus past het op den Farizeër toe, maar ontslaat dat u? Zijt gij dan van den Farizeër vrij ? Vrij voor het aldoorzoekend schijnsel van dat eeuwig Licht, waarvoor zelfs de diepste vouwen van uw hart geen verberging zijn? Greept ge met zulk een macht de waarheid en de waarheid u aan, dat er geen „van binnen" en „van buiten" meer voor u bestaat; alle scheidsmuur inviel; alle voorhangsel intwee scheurde, en op „het uiterste der tong" of in het „verscholenste van uw ziel" volmaakt één en hetzelfde is, voor iiw bewustzyn niet slechts, maar voor Hém die u oordeelt? „Niet stelen," ge belijdt het, is niet maar dat ge nimmer iets wegneemt of doet wat u een dief zou maken, maar heeft voor Grods oog een fijner zin: van niets in huis of schatkist te hebben, wat de Heere zelf er niet inbracht. Zoo legt ge al Grods geboden uit, en zet den man terecht, die om zyn niet-overtreden in het grove^ geen schuld voelt voor de wet. Maar waarom dan, bid ik u, bij het oordeel over den Farizeër, het grove staan gebleven; alleen den verkapten femelaar, den bij schijnheiligen booswicht in het oog gevat; en intusschen uw eigen arglistig hart door den nóg arglistiger Satan in de strikken van den o,

Ik

fijneren Farizeër laten

Of

ge dan

vangen?

het Farizeïsme een pestgif is, dat ook verdunning nog doodelijk op het bloed uwer ziel kan werken? Acht ge ook dat Jezus er u zoo zieldoordringend voor zou gewaarschuwd hebben, als er schadeloos meê te spelen viel en de uit-

in

gelooft

zijn

fijnste

niet, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 17

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's