Honig uit den rotssteen - pagina 126
122
LY.
^ï^ ecu öïoem öc^
Ucïti^*
Alle vleesch is gras en al zijne goedertierenheid als een bloeme des velds het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord des Heer en blijft in der eeuwigheid. 6—8. Jes. 40
—
;
:
Elk jaar dat weer wegsterft trekt,
en
die
op
vraag:
zijn
zielroerend, dit tiartaangriipend
menschen
is
een bode Grods die door de woestijn
„Wat
zal ik roepen?" altijd weer dit antwoord bekomt: „Roep den kinderen
dat alle vleesch gras is, maar ook, dat bloemke der velden!" Alle vleesch, dus ook gij, gras. Maar „gras" heusch, niet in den zin van „het gras eener Hollandsche weide", dat sappig en frisch en breed in de sprieten, heel een jaar opkomt; soms als de zon zengt nog groen blijft; en voortgroeit onder de sneeuw. Och, bij ons kondt ge het gras eer haast als een beeld van taaiheid en veerkracht gebruiken. Neen, met „gras" is op „het gras" in het Oosten op het gras in waterlooze vlakten; op het gras aan den zoom der dorre woestijn gedoeld. Een soort gras, dat ijl, en spichtig opgeschoten, zonder wortel of bestand, zonder sap of merg, even doorschiet, om als straks de zon heet wordt of de Zuidenwind waaien gaat, in één oogwenk te vergelen, neer te vallen en te verdorren en, uit den bodem losgewoeld, met zand en vuilnis op te stuiven en om te dwarrelen in de lucht. En met zulk een nietswaardig gras vergelijkt de Heilige Greest u. Vergelijkt hij uw liefste kind. beminïijke vrouw. kostelijke moeder. Ja met gras, dat voor bet weggooien is, vergelijkt hij heel dien krinir van lieve vriendelijke wezens, wier trouw u verkwikt; en wier aanhankelijkheid u opbeurt in het lijden wier liefde u het sieraad is van uw huis. Want, neen, zeg niet, dat de Heere in zijn Woord voor dat lieflijke, dat vriendelijke, dat aanhankelijke geen oog en geen hart zou hebben Hoor maar. Hij spreekt niet alleen van gras, maar ook van een „bloem," van iets schoons, iets sierlijks en iets aantrekkelyks, dat aan de toppen van dat ijle gras pleegt te ontluiken. De Heere weet het ook wel, dat dit ijle gras het bed is voor de keurige „bloemen des velds," en dat die „veldbloem" bekoren kan en der
toe, niet alleen
al zijn lieftalligheid is als een
;
Uw
Uw
;
die veldbloem schoon
Maar niet:
....
ook
die
wat
is.
gij
schoone
vergeten zoudt, dat vergeet de Heilige Geest veldbloem is.... „zoo verwelkt". Als het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's