Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 233

3 minuten leestijd

229

Goed

óf slecht, heet het dus in het gezicht des Heeren. wij afgaan op wat wij menschen er liefst

van maken, moeten staan? Een korf, om tusschen die twee andere in te zetten? Een korf met wat niet gansch boos en ook nog niet gansch goed was ? Zoo tusschen beide in. Half en half. Niet geheel dood meer. En toch ook nog niet levend. Zoo hangende tusschen den hemel en de aarde.

Maar moeten

zeg

had

zelf,

er

dan nog

niet een „derde korf' bij

toch, zoo is het in de Schrift niet. Yan dien derden korf met tusschenbeiden-soort weet de Schrift niets af. „Zeer goed" of „zeer boos," er is geen andere keuze. Maar let wel, dat goed of boos zijn hangt er met van af, of en

En

die

voor hoever ze al bekeerd zijn; maar wordt uitsluitend beslist naar hetgeen er volgens Gods belofte over hen gehengd is. Let maar op wat er in vs. 7 volgt. Diegenen die in den rechtschen korf liggen en waarvan vs. 2 zegt, „dat ze zeer goed zyn" hebben nog geen zaad des levens in zich, zgn nog niet bekeerd en kennen God nog niet. Er staat immers: „En Ik zal hun een nieu,w hart geven om My te kennen, dat Ik de Heere ben: want zy zullen zich tot Mij bekeeren met hun gansche hart." Staat het nu zóó, dat God hun een nieuw hart zal geven dan hebben ze derhalve nog het oude hart; en heet het, dat zy zich zullen bekeeren, dan zijn ze derhalve nog niet bekeerd. En desniettemin liggen ze in den korf van de „goede vygen;" en getuigt de Geest dat ze „zeer goed" zijn. Evenzoo als met Jacob en Ezau. Eer ze nog goed of kwaad gedaan hadden, opdat het voornemen naar de verkiezing vast zou staan. Is dit niet om met al den ernst onzer ziel op te letten? Waar zoeken wij de onderscheidingen in? In wat we zien, in wat we waarnemen, in wat voor den dag kwam

van het nieuwe leven!

Waar we

dat

merken,

of

althans

meenen

het: „Bekeerd!" En als er van die roerselen nog niet veel, kwam, dan heet het: „Bekommerd!"

te

merken, daar heet

maar toch

iets te zien

Maar als we niets van die teederwording van de takken merken, dan heet het: „Nog wereldsch!" Maar voelt ge dan niet, dat ge op die manier heel wat bij de „wereld" insluit, dat naar Gods eeuwig voornemen in den goeden korf ligt en waarvan God zegt „zeer goed ;" ook al wierd het voor u nog niet zichtbaar? En voelt ge dan ook niet, dat op die wijze er heel wat in den „goeden korf" liggen, die er misschien niet bijhooren; bij wie het maar een tijdgeloof is; en die gij wel keurdet, maar u by dat keuren ;

vergissend ?

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's