Honig uit den rotssteen - pagina 136
132 weerkaatst, dat het rechtstreeks vat heeft en hebhen moet op onzen eigen persoon, op ons leven, op ons zelf! "Wat zijn ze schoon die wolken, niet waar, en wat kunnen ze prachtig drijven daar aan het firmament, nu eens doorlicht met zonneglans, bestrooid met goud en omzilverd aan de randen, en dan weer donker en met zwarte donkerheid overgoten en dreigend hangend over u heen! En zaagt ge wel eens, hoe snel, om met het oog niet by te houden, die wolken soms by hooge lucht dan jagen kunnen dat het drijven een stuwen en het stuwen een wegstuiven geworden schijnt voor den
leven
adem
des
winds?
En werwaarts
snellen, waarheen trekken ze dan, die wolken, nu dwars u over het hoofd vliegend en dan weer wegschuivend zijwaarts op, om straks door weer andere wolken onderschoven, ginds met den wervelwind om te zwenken en rugwaarts te keeren en dan weer eiken loop of gang te derven, dat het is of er geen orde meer in zit en alles een dooreendwarrelen geworden is, een dansen, een spel? Ja, zoo keeren en trekken die wolken, zegt Elihu ook op het Schriftblad, „zoo keeren ze zich in hunne ommegangen," van den eenen hoek des hemels naar den anderen, dwarrelend als de schaduwen, die ze by maanschijnsel op het vlakke der aarde werpen; dansend als de golven en de baren, die óók zich keeren door hunne ommegangen op het spiegelvlak der zee. En nu dat „keeren in hun ommegangen" drukt het niet met angstige juistheid uit wat gij „uw leven" noemt? Of is het ook in
uw
persoonlijk leven niet dat eindeloos ongestadige, dat zich nooit blyvende, altyd beweeglijke en omdwarrelende en dan weer keerende en omloopende, wat Elihu u in Gods wolken toont? Gre wilt vooruit en verder, en zie, wat vordert ge? Wat zijt ge anders dan een wolk gelijk, den wind ten spel, her- en derwaarts omtrekkend en ommegaande en omvliegend, tot ge u morgen weer juist daar bevindt, waar ge voor gisteren reeds waart aangekomen? Kunt ge op uw leven een oog houden ? Een oog er op houden, hoe het in uw leven nu eigenlyk toegaat? Wat uw leven nu wezenlijk wil? Waartoe dat gedurige zwenken nu moest? En waarom ge, nauwelijks eenige schreden in deze richting voortgedreven, nu weer plotseling zijwaarts afdiijft en dan weer omzwenkt en dan weer teruggaat, en zoo aldoor evenals de wolken, eigenlyk geen leven, geen leven met stuur en richting er in, maar niets dan „uw ommegangen" hebt, die aan een doolhof meer dan aan vastheid van gang doen denken, en u met wat u lief is en aan u kleeft, of ook van u loslaat en afvalt, voort doen drijven, o, toch zoo machteloos en zoo schijnbaar doelloos, op het suizen van de avondkoelte en het jagen van den stormwind en dan weer, bij doodsangst of zielsbenauwing, op het bulderen van d'en orkaan. dit
gelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's