Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 134

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 134

3 minuten leestijd

130 ook in het aardsche en maatsctiappelijke leven, ook in het tiijdelyke, waarover het bestuur zijner Voorzienigheid gaat, naar vaste bepaling een bepaling waarin de rythmus van het eigen goddelijk leven te beluisteren 's

is;

menschen

ziel

de daglooner ruste van zijn arbeid en zijn moeite en

opkome om

te

gedenken den Heere zijnen

Grod.

Maar anders reeds heet het in Deuteronomium, waar Mozes, de Middelaar des Ouden Yerbonds, in zijn heerlijke vermaanrede aan Israël, nogmaals de wet van Sinaï in zyn woorden invlechtend, alsnu toegekomen aan het 4e gebod, opzettelijk, onder Geestesinspiratie, bij de redegeving van den Sabbat, overspringt van het Scheppings- op het Verlossingswerk; en Israël het op het hart bindt: „Onderhoudt den Sabbat, dat gij dien heiligt, want gij zult gedenken dat gij als dienstknecht in Egypteland geweest zijt en dat de Heere uw Grod u vandaar heeft uitgeleid door een sterke hand en eenen uitgestrekten arm. Daarom heeft dan de Heere uw Grod geboden dat gij den Sabbat houden zoudt." Alzoo, ook hier de Sabbat, geheel dezelfde Sabbat, de Sabbat G^ods, maar nu afgeleid, nu verklaard, nu oorzakelijk getrokken niet uit de Schepping der menschen, maar uit de Verlossing van het volk des Heeren. Een dieper zin en hooger beteekenis derhalve. Een opheffing van den Sabbat uit het gewone natuurlijke aardsche, tot het buitengewone geestelijke wonderleven. Een ruste ook nu, maar een ruste als symbool van de heerlijkheid die er schuilt in de Verlossingsrust voor de ziel, als ze eerst bij den ticheloven neerzat en de geeselkoorden op den rug verdroeg, en nu vrij uitging, en uit Egypteland, uit het diensthuis werd uitgeleid.

En

zie,

Profeten,

nog anders nu wordt het, als de Heere in het boek der nu ten derde male, met terugslag op den tabernakelbouw,

zyn Sabbat verklaart,

en door Ezechiël aan Israël, en in Israël aan toeroepen: „Daartoe gaf Ik hun mijn Sabbat, om een teeken te zyn tusschen Mij en tusschen hen, opdat zy zouden weten, dat Ik hen heilige^ Een overspringing dus nogmaals, gelijk eerst van het Scheppingswerk op het Verlossingswerk, zoo nu van het werk der Verlossing op het werk der Heilig making Een gedachte die niet schooner, niet bezielder en plechtiger kan worden weergegeven, dan op de manier waarop Ursinus in den Heidelberger het uitdrukte: „Dat ik al de dagen mijns levens van mijne booze werken viere. God den Heere door zynen Geest in mij werken late, en alzoo den eeuwigen Sabbat in dit leven aanvange." ons,

laat

Zoo rust de Sabbat 1. in den levenskring van God den Vader of onze Schepping; 2. in dien van God den Zoon of onze Verlossing; en 3. in dien van God den Heiligen Geest of onze Heiligmaking;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 134

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's