Honig uit den rotssteen - pagina 125
121
Of wilt ge het korter, snijden(kr, krachtiger nog: weet dan, dat Immanuël komt, om met sieradiën te omhangen o, ja ... maar alleen .
dat sieraad gunnende, dien hij asch op het hoofd ziet liggen, als teeken van rouw en droefenisse in het hart. En nu, bij wien is de asch op het hoofd waarheid dan bij hem, wien het hart zelf tot een aschhoop in den boezem werd? Asch^ dot is wat er overblijft, als al wat het onze scheen, onze eigen grootheid, eigen eere, eigen kracht, eigen wijsheid, eigen liefde en
dengene
goedhartigheid, ja eigen vroomheid en godsvrucht zelfs, in den vuuroven ging, en in dien vuuroven zoo geheel vernietigd werd, dat er niets heels
meer
overbleef.
het van kracht geheel ontdane; waar al wat nog bestand had uit verdween; dat allen gloed en bezieling verloren heeft. Asch^ och, wat is het anders dan het geheel verteerde, het geheel opgegane, het ganschelijk niets meer zijnde voor Hem die onze zielen
Asch^
dat
is
doorschouwt ? Asch, is het geheel uitgevuurde, het kille, het doode! En zoo nu moeten de zielen zijn, zal Jezus ze met zijn geestelijk sieraad omhangen. Sieraad! paarlen en robijnen! Maar voor asch! Niet dus voor wat nog onverteerd zich zelf op het altaar werpt. Niet ook voor wat slechts half verteerde. Zelfs niet voor wat nog glimt, nog smeult en dus nog vonken kan, maar voor wat asch en niets dan assche is. Kleinheid, nietigheid voor God te belijden, neen dat baat nog niet. Te belijden: „Ik ben stof' is nog het eigenlijke niet. Maar met Abraham uit te roepen „Ik ben stof en assche ! en alzoo geheel van :
zich zei ven af te zijn, dat
En nu
is
het.
men
ons wel, broeders! zeggen niet,- dat er ook bij mindere doorwerking niet reeds genade; niet reeds zelfs een „bekleed worden van onze naaktheid" zijn kan, maar wat de Heilige Geest ons door den -profeet getuigt is dit: „Geestelijk sieraad wordt u niet omgehangen dan voor asch." die hemelsche schoonDie heilgaven; die teedere teedermakingen versta
We
;
heden; diën; eigen
den schat van Gods heerlijke kleinoodie reikt Hij op aarde aan geen ander uit, dan aan wie elk sieraad had weggeworpen en niets overhield dan het bestoven die
rijke
sierselen
uit
met asch. Wilt ge dan ook op dit Kerstfeest, o, gemeente des Heeren, den glans van uw Jezus hoog aan de transen doen klimmen, laat het dan zijn
u
in laat
maar
zelf zeer klein, zeer laag
des aangezichts, in diepere
Laat het dan
met
maar
en zeer nederig zijn;
in het gelaat der ziel
;
niet op het ge-
niet op de lippen,
gemoedswerking! zijn: Gij in
uwe
„heilig sieraad" bekleed door
assche nederliggend, en juist deswege
Hem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's