Honig uit den rotssteen - pagina 85
81 Alleen die voeten, dat is de aanraking met die ongeheiligde wereld, verontreinigen hem nog telkens weer, en daarom zijn we als broederen geroepen, elkaar telkens en gedurig dien dienst der voetwassching te doen, opdat het stof, dat ons weer aankleefde, niet blijve en niet invrete, maar door hoogere geesteskracht, in uitingen van broederliefde van ons ga. Maar dit is niet genoeg. Ook zelf zullen we, naar 's Heeren wil, bij elke heilige handeling, elke daad van aanbidding, steeds aan dat losbinden van den bij
schoenriem indachtig
We
zijn.
maar bidden, niet zoo maar ons in Grods huis nederzetten, niet zoo m^ar tot het Sacrament toetreden, niet zoo maar ons aan de lezing zetten van Gods Woord. Yeeleer zullen we ons, bij het toenaderen tot elk dezer hoogtepunten uit het heilige leven, vooraf te binnen brengen, dat hiermee
mogen
niet zoo
dat land betreden wordt en dat wij uit onheilig land komen derhalve eerst uit onzen gewonen toestand de ziel in de stemming en alzoo dat van ernst en heiligen zin hebben over te brengen schoeisel hebben af te leggen, dat ons anders tegelijk met de aarde in aaniaking doet komen en tegen haar beveiligt, maar nu op het levensterrein zonder doornen eiken zin en elke beteekenis mist. Of, „zonder doornen," dat is te sterk. Als in het braambosch zijn de doornen er nog wel, maar de heerlijkheid des Heeren doorlicht, doorglanst en doorschijnt ze, zoodat we ze vanzelf zien en opmerken en elk gevaar om er ons aan te schrijnen, week. Er is op dat heilig terrein een lamp, die voor onzen voet wordt uitgedragen, en een licht dat ons pad van stap tot stap beschijnt. En daarom wil de Heere, dat we in deze ure van gebed én lof én dankzegging én zielsverheffing in het eeuwige, ons weer vrij van den last der wereld zullen gevoelen, maar ook van het stof der wereld
heilig
;
we
;
ontdaan zullen zign. Niet de spade om de aarde te bebouwen, en niet de truffel om de maar muren te doen rijzen, en niet het zwaard om te strijden, de gouden harp om lof te jubelen, voegt in de hand van Grods kind
—
als het bidt.
En zoo ook de schoenriem moet ons ontbonden en de voet ons gewasschen zijn, eer wij aan de bezoedelende gemeenschap der wereld ons weer met de bewuste wilsdaad onttrokken hebben, zullen we tot de gemeenschap des Allerhoogsten in zijiji tente ingaan. Eens, als voor het laatst onze blik over deze wereld is uitgegaan, leggen we ons schoeisel voor altijd af. Eiken avond als we ter ruste gaan, ontbinden we onzen schoenriem, eer we in den gebede Grode :
ons avondoffer opdragen. En geestelijk, zinnebeeldig zoo ge wilt, maar dan toch met een beeld waar een kern in ligt van wezenlijkheid, heeft elk onzer, als profetie van wat eens komt, het stof weer van 6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's