Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 49

3 minuten leestijd

45 en in die zelfverkleining, ja zelfvernietiging, de besprenging te ont-

vangen van het bloed dat verzoent.

Maar

zoo doet Satan niet! Hy kan het daar beneden in den tempel niet uithouden. Dat is hem te laag. Daar heerscht de macht (rodes over de consciëntiën.

Daar wordt eere aan den Heilige gegeven. Die daar beneden omwandelt, looft en jubelt, weent en bidt! Neen, hij, de door zelfverheffing tot „duivel" gewordene, legt ook in Grods tempel dien doodenden hartstocht om zich te verheffen niet af, maar klimt ook hier op, al op, van de ééne gaanderij naar de volgende, nog hooger, tot hij het dak heeft bereikt, en dan eerst, als hy daar nu die uiterste spitse beklommen heeft en achter de borstwering van „de tinne des tempels" veilig staat, eerst dan acht hy zijn plaats te hebben gevonden en komt er in zijn ongoddelijk jagen rust. Eust, want daar, zoo meldt Flavius Josephus ons, stond men zoo hoog, dat men niets meer van het reukaltaar, niets meer van het bloed der verzoening kon ontdekken, en al het heilige Grods zich in een omtrekloozen nevel verloor. En nu, wat anders ligt hierin dan het beeld van den geestelyk hoogmoedige?

Van

die bijzondere soort van hoogmoed, die voor den wereldling verleiding mist en voor den geëerde in stad en lande nooit bekoring had, maar een steen des aanstoots en een valstrik der ergernis werd, door Satan uitgezet voor Grods beste, voor Grods teederst bealle

werkte kinderen. o,

Dan

willen ze niet anders dan in het heilige verkeeren. In den zal al hun lust zijn. „Als de zwaluw haar nest" zoo Die tempel van ziel woning maken bij Gods altaren!

tempel Grods zal ook hun

hun geloof is hun wereld, hun zielsgenieting, hun al! Maar in dien tempel behaagt hun vooral hetgeen hoog en

zeer

en in dien tempel pogen ze telkens hooja „op de ger en al hooger te stijgen, en kon het nog hooger, tinne des tempels" te staan zou eerst de volle bevrediging van hun diepsten geestelijken hartstocht wezen! En is het dan niet om bij te weenen, als ge dan zoo telkens weer een van Grods beste kinderen aan de hand van Satan die onheilige trappen op ziet gaan? En wat nog het droevigst is, op ziet gaan, dat zij zelven het nauwelijks merken. Want, o, dat ééne punt van het geestelijk leven uitgezonderd, dan zijn ze toonbeelden van ootmoed en nederigheid, van dienende liefde en van een bescheidenen geest. En toonbeelden in zoo ongedwongenen en natuurlijken zin, dat ge van het onware en gemaakte van deze nederigheid ter nauwernood iets te merken krijgt. Maar, helaas, onder dien schyn zet Satan zijn moordenden toeleg door, en op dat ééne punt van „het geestelijk leven" weet hij de

hoog en ondoorgrondelijk

is,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's