Honig uit den rotssteen - pagina 27
23 straft u; geeselt met zijn heilige ironie uw lachverwekkende dubbelhartigheid en poogt u dan dermate met zijn niets toegevende eischen aan aw consciëntie te komen, dat ge u voor uw eigen schatten schamen gaat en de bede in uw ziel voelt opkomen: „o, Mijn Jezus, mijn Verlosser, maak ook van die zonde, ook van die^i hartstocht, !" ook van dien smadelijken l/ammowdienst uw armen broeder vrij Och, ook daarin is Jezus zoo in hart en nieren menschelijk.
D. w. z. hij weet zóó wat in den mensch is, hoe het in eens menschen hart toegaat en wat er noodig is om een zondig geborene af te trekken van den zondigen aardschen schat. Maar hij weet ook, dat naar een schat te dorsten, naar bezit te jagen, naar een heerlijken rijkdom met geheel 't hart uit te gaan, ons ingeschapen, ons aangeboren is, tot het ademen van ons menschelijk leven behoort. En daarom ondei-vangt de Heere ons worstelend hart met zoo teedere „Blijf arm, blijf met leege handen staan; houd liefde, en zegt niet: maar wel: „Noem wat verguld is op naar schatten te dorsten" geen goud; laat om het aardsche goed uw hemel niet varen; maak u buidels, o gewisselijk, maar laat het dan buidels zijn die niet verouden kunnen, en gaar in die buidels een schat die niet geroofd kan worden noch die afneemt in de hemelen; dit heerlijk woord van Ezechiël tot zinspreuk dragend „ J^ hen hun bezitting^ spreekt de
—
:
Heere" (E. 44
:
28).
XII.
^ontiaar^ üabrn af te a5aïiïecr^.
Succes is nog geen zegen en voorspoed allerminst een blijk van de gunste Grods. Toch meent men het vaak. Ook onder Christenen. Of wat is meer gewoon dan beurtelings deze tweeërlei betuiging te hooren; nu eens: „Ik was blijkbaar op Gods weg, want mijn weg was zoo gezegend!" en dan weer: „Wel blijkbaar, dat hij van Gods weg afweek, want
Gods hand is tegen hem!" Deze beide opvattingen nu
zijn
om
het zeerst als uiterst opper-
vlakkig en ongeestelijk af te keuren. Vooreerst wat den voorspoed betreft. Want gold goed geluk in zaken, een gelukken van zijn plannen, een wandelen in roem en glorie, een indrinken van welstand en heil bij volle teugen als teeken van Gods
—
wat dan te denken van zoo menig onzedelijk gunst, tooneelgebouw dat zich in weelde baadt, terwyl meer dan één Christe-
bijzondere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's