Honig uit den rotssteen - pagina 141
137
LXI.
Gelijk of een mensch zaad in de aarde wierp; en sliep en opstond, nacht en dag; en het zaad uitsproot, en lang werd, hij wist zelf niet hoe. Mare. 4 26. :
Gremeenlijk heeft een mensch veel te veel oog voor wat liy zelf werkt, en een veel te klein gezicht op wat gewerkt wordt door zijn God d. i. door Hem die ook in het geestelijke de Schepper is of wilt ge, nader omschreven, door den Heiligen Geest. ons daar nu over te bestraffen ons het dwaze daarvan te doen inzien en ons daarvan af te brengen, komt ons Jezus, in deze gelijkenis van den akker, aanzeggen, dat we wel hebben te bedenken, hoe het op den akker der geesten juist evenzoo toegaat, als op den akker der velden. Nu weet ieder, dat de landbouwer aan het eigenlijke groeien niets af of toe kan brengen. Wat hij doen kan en moet is, het land toebereiden; toezien dat hij zuiver zaad krijgt; de voren dicht dekken; en dan wieden als het noodig is, of ook de kluit rul houden; maar om voorts stil te wachten en te beiden tot de rijpe tarwe straks vanzelf in de aire komt. Maar het groeiwerk, het werk der krachten, neen, dat doet niet hij, maar een ander. Zaad maken kan hij niet. Dat moet hij nemen zooals het komt. Want niet hij, maar een ander heeft onder dat huisje en schilletje de meelstof, en in het hart van die meelstof, het levenskiempje weggestoken. En al evenmin kan hij dat korreltje nu laten kiemen. Ging hij er aan pluizen, dan zou hij het eenvoudig stuk maken en bederven, dat het nooit meer kiemen kon. Neen, ook dat kiemen doet een ander. En die ander doet dat in het verborgen zeer geheim dat niemand het merkt of na kan speuren. Door de krachten van den grond. Door de koestering van den zonnestraal. Door de werking van den regendrop. En dan spruit het kiempje uit; en het wordt lang; en schiet een halm; en uit dien halm komt een aire; en aan die aire het rijpe koren dat hij het ziet ja, het is er maar zonder dat hij er iets aan af of toe kon brengen ja, zonder dat hij er begrip van kan krijgen zóó, dat hij zelf niet weet hoe! En zoo nu zegt onze Heiland, heeft een mensch nu ook op den geestelijken akker te verkeeren. Den akker bereiden; omspitten of omploegen; ja, dat moet hij wel terdege. En dan zeer scherpelijk toezien dat bij geen verkeerd zaad in de voren uitstrooit; want slecht zaad en goed zaad lijken soms ;
;
Om
;
;
;
;
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 257 Pagina's