Proeve van pensioenregeling voor werklieden en huns gelijken - pagina 35
31
PROEVEN TAN OPLOSSING.
Men gilden
nog leiden door de historie der Knappsoort gilden van bergwerkers, welke
zich destyds
liet
waren
Dit
schaflen.
voorzagen
een
in
pensioen,
allerlei
maar
zoo, dat een ieder
verplicht was deel te nemen, en wel verplicht door de wel.
Metterdaad leerzaam
;
de historie dezer Knappschaften dan ook hoogst
is
en
zoo
het
historisch
overzicht
dat
Hiltrop er van
geeft, als de voorslagen tot verbetering die hij doet, verdienen in
hooge mate de aandacht.
Voor ons doel echter is alleen van aanbelang de voorslag van Ludwig Wolff, die in dertien korte § § een regeling ontwierp, die wel van de Overheid, maar niet van de Rijks-Overheid uitging. Hij wilde namelijk, dat elke burgerlijke gemeente officieel een
en voor den ouden dag
verzekeringskas
voor
zou
oprichten.
Hij
lid
van die kas
hij
onder leiding van de Overheid, en onder haar guarantie, voor
te
ziekte
invaliditeit,
En
worden.
werkman
de wet elk
dat
wilde
verplichtte,
het bestuur over deze kas wilde
een aanmerkelijk deel laten voeren door de arbeiders zelve.
Een
waar wel
stelsel
voerbaar
is,
er
in ligt,
maar dat onuit-
een
heen
gemeente naar gemeente verplaatsen kunnen.
ware
Ongetwijfeld
om
schoons
zoolang de Freizügigkeü stand houdt, en de arbeiders
zich gedurig van
zoolang
veel
ieder
gemeentelijke
elk
kan de regeling
trekken,
te
regeling
te verkiezen,
maar
oogenblik heel het land voor zich heeft,
komen, dan op nationalen voet. De wet van 22 Juni 1SS9 die
niet anders tot stand
in Duiischland de InvalidÜdts-und
AUers-versicherung heeft ingevoerd, wijkt dan ook daarin van de
denkbeelden van het congres te Eisenach Rijksoverheid
de
regelt,
en,
af,
wat nog meer
dat
zij
de zaak door
zegt, Rijksgeld voor
de verzekering beschikbaar stelde.
Geheel
echter
daarom
niet
werd
losgelaten,
het
denkbeeld van gemeentelijke kassen
(Art.
41); en zelfs de particuliere ver-
eenigingen, mits waarborgen van deugdelijkheid biedende, werden
opgenomen in het verband. En ook werd het denkbeeld opgenomen (zie art. 48) om de arbeiders zelven op te nemen in de organisatie van het beheer. toegelaten
De
eigenlijke
Eisenach
van
en
drie
beteekenis van deze wet ligt echter in het sinds
opgekomen denkbeeld, om de bijdragen voor het fonds van de zijde der arbeiders, van zijden te laten komen :
de zijde der patroons, en van de zijde der Regeering. in
de bepaling, dat niet alle pensioenen gelijk zullen
En zijn,
vooral
maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 112 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 112 Pagina's