Proeve van pensioenregeling voor werklieden en huns gelijken - pagina 49
OVERHEIDSBEMOEIING IN ZAKE PENSIONNEEEING.
45
om
dien steun
Veeleer moet van meet af de toeleg voorzitten,
zóó te biedbn, dat het particulier initiatief er niet door verlamd,
maar omgekeerd gesterkt en gestaald worde, en het loopen op eigen beenen, na wegwerping van alle kruk, weer mogelijk worde. Dit nu geschiedt niet, zoo de Overheid haar regeling uit haar eigen brein neemt, en aan den
arbeid oplegl.
Dan
toch verwart
ze den toestand, en gaat tegen de natuur van de zaak in.
Vandaar ons streven om
Kamers van Arbeid
eerst
te erlangen,
en de regeering niets te laten doen, dan op grond van de adviezen,
haar uit deze Kamers toekomen. Vandaar ook onze toeleg, om eerst de electorale quaeslie van de baan te helpen, omdat bovenal voor de regeling van deze belangen het medezeggenschap van die volksklassen, wier belangen het die
geldt, onafwijsbaar noodzakelijk
En
is.
vandaar ook, dat we ons met geen gezonde zinnen in kunnen
denken
in de mogelijkheid, dat dit Kabinet^ alvorens het kiesrecht
met goede vrucht ook maar iets definitiefs kunnen tot stand brengen. Het beschreven recht, dat ten dezen te komen staat, moet niet door eenige knappe juristen aan de maatschappij opgelegd, maar moet, onder de leiding der ware beginselen, uil hel leven zelf definitief
geregeld,
zij
in deze teedere aangelegenheid zou
voortkomen.
Het moet het
niet
particulier
maar
theoretisch ineengezet,
initiatief,
in
den
historischen
in aansluiting
weg,
aan
de noodige
vastheid erlangen.
Op grond van in
op
deze redenen weigeren
we
de Overheidsbemoeiing
zake de sociale quaestie te rechtvaardigen, hetzij met een beroep het
algemeen
belang,
hetzij
door verwijzing naar rechten en
plichten der gemeenschap.
De
theorie van den Staat als
„gemeenschap''''
revolutionair, en het beroep op het
rekbaar en
te cameleontisch,
verwerpen we
„algemeen belang" zou, als
ons ditmaal verder brengen dan
als te
we
gaan mogen.
We
bepaalden
rechtsgrond:
1.
ons
deswege
tot
gebleken onmacht der onderdanen, bij
normalen
de
verwijzing naar drieërlei
de verplichting die op de Overheid rust,
toestand,
op
tijdelijk
henzelve
als
om
bij
voor hen te doen, wat,
taak rust;
2^.
de ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 112 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 112 Pagina's