Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 6

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 6

2 minuten leestijd

(j

een Heiland die niets had, die van giften en gaven leefde dezen rijken, zelfzuchtigen, conservatief-vronien jongeling

„Ziehier

en

die,

aanziende,

Wat

hem bemint!"

bedoelt

nu deze geleerde

met deze

zijne op-

als een rijke

beminde?

publicist

merking? Dat Jezus dezen jongen hij zich ter wille van

Of wel, dat

man

zijn persoonlijk

karakter tot

aangetrokken gevoelde, in iveerwil van zijn rijkdom'?

hem

Indien het laatste,

dan komt

hij

op ónze

lijn,

en valt heel

opmerking in het water.

zijn

En indien het eerste, dan legt hij het af als exegeet. Immers als ik iemand, om welke hoedanigheid ook, bemin, dan

zal

ik

mijn best doen deze hoedanigheid in

hem aan

te

kweeken en te versterken. Dus kon Jezus hem niet aU rijke beminnen. Want Jezus eerste werk was een gestrenge poging om hem van al zijn rijkdom

En

te

juist

ontdoen.

nu

hij

scheidde Jezus voor altoos

dit niet wilde,

van hem, en zond hem henen.

Een tweede voorbeeld ontleen

ik

aan het vierde artikel waar

de gelijkenis uit Luc. 16: 1 — 13 ter sprake komt, en voor den

Mammon

boozen

d.

i.

voor een afgod, een vriendelijk

gesproken wordt, omdat Jezus gezegd heeft:

den

uit

den onrechtvaardigen

„Maakt u

woord vrien-

Mammon."

Hierover toch heet het: „Indien het waar was, dat gelijk onheilige tegen

God

aan het kapitaal Jezus'

'als

beweerd, „het geld op aarde een is

geworden en dat

er

daarom

zoodanig een vloek kleeft", hoe kan dan, volgens

mond, de Christen verplicht

middel van die onheilige tegen nl.

is

overstaande macht

zijn zich

vrienden te

God overstaande macht

van het kapitaal, waaraan, niet maar

bij

:

maken door door middel

toeval of tijdelijk of in

sommige omstandigheden, maar waaraan „als zoodanig een vloek kleeft?" Hoe zou een geloovige ziel dat moeten aanleggen? Of zou hij het voorbeeld van Judas moeten volgen, die het bloedgeld inde schatkist wierp,

om

er zijn ziel door te verlossen

van den vloek?"

In de jongste uitgaven van Meijers' Commentaar, in gereedheid

gebracht door twee hoogleeraren, de een uit Berlijn en de ander uit Göttingen, staat juist lijk

wat

wij schreven: „Daar het oorspronke-

voor den afgod van den rijkdom, hier voor den Rijkdom zelve,

gebruikte

woord,

met

ongerechtigheid

verbonden wordt, zoo

beduidt het hier niet dat deel van den Schat,

dat op onrecht"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 6

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's