De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 29
:
29
onmisbaar
van dien
We lezers
de zaligspreking, omdat de tekst van Luc. 6:20
bij
in Matth. 5: 3 verschilt.
moeten dus wel een oogenblik de aandacht van onze vragen voor een op zichzelf uitlegkundige quaestie.
Ten opzichte van
we we
Jes. (51:
1,
deze eenvoudig, en kunnen
ligt
volstaan met een korte verwijzing naar Luc. 4: 16, waar dit lezen
kwam
^^ ,,En hij
om
te
Nazareth, daar
opgevoed was, en ging, naar
hij
gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge
zijne
En hem werd gegeven De Geest des Heeren gezonden, om
mij
op
is
mij,
Om
den gevangenen
om
daarom heeft
den armen het Evangelie
te
hij
de plaats, daar geschreven was
hij
genezen, die gebroken zijn van harte
zicht,
en stond op
het boek van den profeet Jesaja; en als
het boek opengedaan had, vond
heeft
;
lezen.
te
:
Hij mij gezalfd; Hij te
om
verkondigen,
te
;
prediken loslating,
en den blinden het ge-
de verslagenen heen te zenden in vrijheid
;
om
prediken
te
het aangename jaar des Heeren.
En zat
als
hij
neder
hij
het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had,
en de oogen van allen in de synagoge waren op
;
hem
geslagen.
En
begon
hij
tot
hen
zeggen
te
Heden
:
is
deze Schrift in
uwe ooren
vervuld."
woorden van
Hieruit blijkt dat Jezus-zelf de
Jes. 61
:
1 ver-
van het Evangelie aan de arwijst uiteraard de zaak voor ons en onze lezers
tolkt heeft als een verkondiging
men; en
dit
uit.
Niet zoo gemakkelijk
is
de vraag te beantwoorden, of
zaligsprekingen in de eerste plaats aan de armen van
aan de armen Gelijk
van
we
men
geest,
in socialen zin te
denken
bij
de
geest,
of
zij.
weet, staat er in Matth. 5:3: „Zalig zijn c/eannen
want hunner
is
het Koninkrijk der hemelen," terwijl
in Luc. 6: 20 lezen: „Zalig
ajinen,
zijt gij,
want uwer
is
het
Koninkrijk der hemelen."
De vraag
rijst
alzoo
:
moet Luc. 6
:
20 beschouwd als een ver-
korte manier van schrijven, en moet dus zijn bericht vergeestelijkt;
of wel,
moet Lucas en Mattheüs zoó
in
overeenstemming
gebracht, dat én de sociale armoede én de geestelijke armoede, als
hiermede saamhangend, beiden
Ook
hierbij
nu zullen we
tot
hun recht komen?
niet zelf spreken, overmits óns ge-
tuigenis ten deze allicht verdacht zou zijn
;
maar we
zullen ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's