Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 47

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 47

2 minuten leestijd

rijke bezwaarlijk in liet koninkrijk der

En wederom

zeg ik u

:

bet

oog van een naald, dan dat een

En dat

geen

dit

hemelen

zal

rijke inga in het koninkrijk Gods."

overdrijving,

maar

gemeend was,

ernstig

wat de discipelen naar aanleiding van

toont

woord vroegen, en wat Jezus

er op

„Zijne discipelen nu, dit boorende,

Wie kan dan

Eu

zalig

maar

bij

God

Hi .-rover loope men nu Duidelijk

dit

ontzettende

antwooordde.

werden zeer verslagen, zeggende

worden?

Jezus, ben aanziende, zeide

onmogelijk,

ingaan.

een kerael ga door het

dat

is lichter,

hen: Bij

tot

zijn alle

de menschen

is

dat

dingen mogelijk.

niet heen.

spreekt Je/Ais hier

dat het bezit van geld en

uit,

zoodra het zeker karakter van rijkdom en weelde ver-

goed,

een

krijgt,

beletsel,

een hinderpaal en struikelblok

weg, die naar het koninkrijk der hemelen

De band tusschen dat koninkrijk en

op den

is

leidt.

de armen, in de Bergrede

zoo duidelijk gelegd, wordt hier ten opzichte van de rijken der

maar zonder

aarde niet slechts ontkend en betwist,

bijzondere,

zeer bijzondere genade, zelfs voor onmogelijk verklaard.

tegenstelling tusschen het kapitalisme en het koninkrijk

De der

hemelen

is

in

deze ontmo?ting met den rijken jongeling

volstrekt.

Ook een man van kapitaal kan wel zalig worden, maar niet^ tenzij God de Heere een wondere genade aan hem doe, en de kemel

doe gaan door het oog van de naald.

in

Geheel in gelijken zin teekent de Christus dan ook het rampzalig uiteinde

van den zelfzuchtigen kapitalist in deze treffende

gelijkenis.

En

hij

zeide tot

ben eene

en sprak

gelijkenis,

Eens rijken men-

:

schen land had wel gedragen.

En

hij

overlegde

bij

zichzelven, zeggende:

Wat

zal ik

doen? want

ik heb niet, waarin ik mijne vruchten zal verzamelen.

En

hij

zeide:

Dat

zal ik

doen: Ik

zal

mijne schuren afbreken en

grootere bouwen, en zal aldaar verzamelen

al dit

mijn gewas, en deze

mijne goederen.

En

ik zal tot mijne ziel zeggen: Ziel!

gij

opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust,

Maar God ziel

zeide tot

hem

:

Gij

dwaas

van u afeischen; en hetgeen

gij

;

hebt vele goederen, die u

eet, drink,

wees vroolijk.

in dezen nacht zal

menjjuwe

bereid hebt, wiens zal het zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's