Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 43

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 43

2 minuten leestijd

43 tus, geldt;

en het

zijn niet het

minst de Diaconieën, die dezen

hoogen regel door haar koele, stroeve, vaak vernederende

„be-

deeling" verkracht hebben, en nog verkrachten.

we

Vatten ven,

of

dit

nu saam, dan kan

er geen twijfel overblij-

op zekere hoogte heeft de Christus wel ter dege

tot

zekere paraequatie van, het bezit gewild.

Geen communisme, dat dan ook

Jeruzalemsche

in de eerste

gemeente, blijkens Petrus' zeggen tot Ananias: „Gebleven zijnde,

was het

niet

uwe macht?",

uwe, en verkocht

het

in het

was het

zijnde,

niet in

minst niet bestond.

Maar wel zekere paraequatie,

d.

zekere gelijkmaking voor

i.

wat de gewone behoeften des levens

betreft.

Woning,

bed,

en de dagelijksche bete, moet niet karig en schraal, maar zoo dat de behoefte voldaan is, aan allen gemeen zijn; en wel gemeen zijn niet door dwang, maar door de macht der

kleeding

liefde

Dat

en der ontferming. het recht, dat de

is

bezittende

heeft;

van dat onrecht de

meer

Christus' wil op den

en de meer bezittende,

die

hierin

tekort

onbarmhartig, maar doet onrecht, en zal

schiet, is niet alleen

eeuwige

arme om

straffe

van het eeuwig oordeel dragen

in de

pijn.

Alzoo, en niet anders, zijn de vier grondslagen, die de Christus in de Bergrede voor de sociate verhoudingen onder de zijnen

gelegd heeft. Iets

wat nu niemand beschouwe,

alsof dit in de Bergrede

toch lijk .

eigenlijk

we

Is

wel zoo terloops vermeld stond, maar

den wortel der zaak niet zou raken; want,

reeds opmerkten,

het

alsof dit bijzaak ware, en

waar,

toch

dat

ge-

Matth. 25 bewijst vlak het tegendeel. de Christus, in het laatste oordeel,

allermeest en allereerst daarnaar oordeelen

zal, of

we

de naakten

en de hongerigen gespijsd hebben, dan volgt hieruit

gekleed,

rechtstreeks, dat deze grondgedachten van Jezus over de sociale

verhoudingen, tevens

/ioo/'dge dachten in

de leer van zijn Konink-

rijk zijn. •Juist

daarom

ligt er

tenheid, dan de vloek

dan ook geen dieper smaad op de Chris-

van het Pauperisme,

die juist

onderde

gedoopte natiën zoo ontzettend uitbrak.

En

als

er

„geloovige" Christenen

zijn, die

jaar in jaar uit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's

De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's