De Christus en de sociale nooden en democratische klippen - pagina 56
56 zijn
God
maar zoo
zoo
uit,
zijn
straks
hij
ooren
wel
diclit
zullce uitspattingen
stelt,
woord, waaraan
het
we
reeds herinnerden: „Zie toe, dat de rechtvaardige
zyne handen niet uitstrekt
Daarom
voor
stopt
op de kaak
is
tot onrecht."
het ons weinig, of
men
ons
al toeroept,
dat
we
het volk vleien en verleiden.
We
we zullen niet aflaten van onder ons geslacht dit getuigenis in naam van Jezus neder te leggen. Al liet men ons alleen staan, nog zullen we blijven roepen, mogen,
zoolang de
we
kannen,
adem ons gegund
blijft.
De aanzienlijken onder de Christenen eeren we God, dat Hij ook onder die hooge standen
brandhout
uit het
;
we danken
enkelen als een
vuur heeft gerukt; hoog slaan we den zegen
aan, dien ze ons brengen kunnen; maar
stem
er
niet gesmoord, die
juist
daarom mag de
hen ook op sociaal gebied
in het spoor
van Jezus poogt te lokken. Ze kunnen ook Heiland hart,
zijn,
bij
maar
de sociale woelingen een eere voor
alleen,
zoo
hun hand over de schare
ze, als Jezus,
hun
onverdeeld van
uitbreiden, roepende: „Deze zijn
mijn moeder, en mijn broeders en mijn zusters", en zo daardoor
weerhouden van begeerlijkheid en onrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1895
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's